Zondag 8 juli 2018 | Markus 6:1-6

templemenorahVandaag staan we stil bij een tragisch én hoopvol gedeelte.

Jezus heeft grote daden mogen doen: zo heeft Hij zojuist het dochtertje van Jaïrus uit de dood opgewekt en de bloedvloeiende vrouw genezen.

Maar… een grotere tegenstelling met wat nu gebeurt is niet mogelijk.
Hij is teruggekeerd in zijn vaderstad, Nazareth, en preekt daar.

Echter, zijn preek ‘landt’ niet.
Ja, de mensen zijn er wel diep van onder de indruk, van Jezus’ wijsheid en zijn kracht,
maar ze bouwen afstand in, en zeggen tegen elkaar dat Jezus toch de timmerman is?
”Hij is toch de plaatselijke aannemer? En hoe kan die nu ineens zó zijn?”

Is Jezus hen té nabij gekomen, is Hij té ”gewoon” voor hen geworden?
Kan (of: wíl!) de mens daar uiteindelijk niets mee, als God hem in zijn Zoon té nabij komt? Zo gewoon als een aannemer (wat een mooi woord eigenlijk, als je ook aan Jezus denkt!)
Ja, we willen graag dat God voor ons zorgt en dat het ons aan niets ontbreekt, maar als Hij ons zó nabij komt als Jezus de mensen kwam, dan laten in ieder geval de mensen in Nazareth zien dat er dan wel eens een tegen-reaktie op gang kon komen.
Een oude reflex in het mensenhart die Hem wég wil hebben.
Niet té dichtbij in ieder geval.

Jezus verwondert zich hierover, lezen we.
Hij begrijpt het niet.
Wat erg is dit: dat we Hem vol verwondering en pijn zien vaststellen hoe Hij afgewezen wordt…

Hij mocht wel aannemer zijn en de mensen in timmer- of bouwzaken van dienst zijn,
maar als Aannemer met hoofdletter hielden ze Hem op afstand.
Zij namen Hem níet aan…

Maar hoe zit dat eigenlijk bij ons?
Doen wij daar niet aan mee?
Het lijkt er wel veel op.
De kerken worden eerder leger dan voller, de mens die zich terugtrekt bij God vandaan…

En ook: God die zich terugtrekt bij deze mensen vandaan.
Want dat zien we Jezus ook doen.
Als de mensen níet in Hem geloven, kan Hij er ook niets meer mee.
Hij is niet bij machte iets te doen, lezen we in vers 5.
En Hij verplaatst zijn werkzaamheid naar andere dorpen, waar Hij hopelijk wél geloof vindt.
Ook dat zien wij gebeuren.
In Nederland en Europa de kerken leger, maar in bijv. Afrika en Zuidoost-Azië steeds voller.
Daar vindt Hij wél geloof.

Want ”geloof” is het kernwoord.
Daarover gaat het in Markus, keer op keer.
Is er geloof of ongeloof bij de mensen?
Bij de storm op het meer hield Jezus de leerlingen hun hun ongeloof voor.
In de gelijkenis van de zaaier hield Hij hen voor hoe mensen heel verschillend Hem en zijn Woord ontvangen: in geloof of ongeloof.
Bij de bloedvloeiende vrouw en het dochtertje van Jaïrus is er sprake van Jezus’ vreugde om het geloof, en kan Hij véél!

Daarover gaat het: is er bij u en mij geloof?!

Want dan kan  Hij veel!

Let wel: het gaat niet om grootste daden of allerlei goede dingen door of in ons.
Juist niet.
Geloof veronderstelt: vertrouwen.
Vertrouwen om gered te worden uit een situatie die wij niet meer in eigen kracht baas kunnen. Geloven dat Jezus dat kan en wil doen.

Zoals die storm op het meer. Voor het scheepje was het een verloren zaak.
De dood voor het dochtertje van Jaïrus. Het leek het laatste.

Maar, als mensen hun geloof op Jezus zetten, redt Hij!
Daar gaat het om: om je eigen onvermogen of falen te erkennen
en zijn hulp in te roepen.
Dát is geloof.

En nogmaals, dan komt Hij, maar al te graag!

Want dat Hij graag wil en dat het niet aan Hem ligt, lezen we ook in vers 5.
Met de mensen die Hem hoorden maar afwezen, kon Hij niets.
Maar wél genas Hij zieken.
Met andere woorden: mensen die zo ziek zijn dat ze niet meer kúnnen kiezen,
krijgen sowieso zijn ontferming. Waar geen weerstand is, komt Hij met zijn liefde!
Maar mensen die wél kunnen kiezen, maar Hem afwijzen, daar kan Hij níet komen.

Een ernstige zaak dus, om, als je ”toerekeningsvatbaar” bent, Hem niet af te wijzen.
Een hoopvolle zaak dus, dat, wie niet zelf meer kán, op zijn genade mag rekenen.
En ik voeg er graag bij wat ook al door Markus verteld was: een man die verlamd was, die zelf niet meer naar Jezus kon (en dat is heel diep) om welke reden ook, werd door zijn vriénden bij Jezus gebracht (toen ze dat gat in het dak maakten).
En dan lezen we dat op hún geloof Jezus de zonden van die man vergaf en Hem genas!

Wat een bemoediging: als wij mensen kennen die zijn als de mensen in Nazareth, die uit zichzelf niet tot Jezus gaan, kunnen wij ze blijkbaar wél bij Hem brengen.
Zou ook nu, op ons gebed, Jezus niet iets met hen kunnen en willen doen?

Maar tenslotte terug naar het gedeelte voor vandaag.
Hoe zit het bij óns?
Is er geloof?
Nogmaals: het gaat enkel en alleen om de vraag: of zijn liefde en hulp welkom is.
Of weren we Hem uit ons hart? Dat zou de ergste mogelijkheid zijn…
Dan gaat Hij verder – zonder ons…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s