Hemelvaartsdag 10 mei 2018 | Hebreeën 4: 11-16

templemenorahWie mag er Gods rust binnengaan?
Dat spreekt niet vanzelf, lezen we in vers 11 en daaraan voorafgaand.
Denk ook aan Psalm 24:

Wie mag de tempel binnentreden?
Wie niet op loze wijsheid bouwt,
zijn hart en handen zuiver houdt
van kwade trouw en valse eden.

De verzen 12 en 13 uit Hebreeën 4 suggereren dat de mens door God en zijn Woord als door een soort x-ray doorgelicht wordt, waarbij al het verborgene, goed en kwaad, haarfijn zichtbaar wordt.
Wie kan er tegen die achtergrond aanspraak op maken Gods heerlijkheid binnen te kunnen en mogen?

Toch kan het, vertelt de schrijver van de Hebreeënbrief:

Want wij hebben een grote Hogepriester.

Dat klinkt solide: ”wij hebben”! Niet misschien, maar vast en zeker.

Bovendien is het een Hogepriester die de hemelen is doorgegaan en die daar gebleven is.
Daarin lijkt Jezus op de hogepriesters uit de Bijbel.
Die gingen ook het gehéle heiligdom door, en op Grote Verzoendag zelfs tot in het Heilige der Heiligen (het meest heilige deel van de tabernakel en tempel, waar Gods heerlijkheid woonde).
De Hogepriester mocht daar echter maar één dag per jaar komen, dan moest hij weer weg.
Maar Jezus  ís daar, blijvend, in Gods heerlijke aanwezigheid!

Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat Hij daar ten bate van ons is.
Om zijn offer voortdurend voor te houden aan God.
Zijn offer, waardoor onze zonden verzoend zijn.
Om daar voortdurend voor ons te bidden.

Dat Jezus binnen heeft mogen gaan en blijven in Gods heerlijkheid spreekt niet vanzelf.
Hij was immers een mensenleven lang op aarde geweest.
En had daar, net als wij, blootgestaan aan verzoeking en verleiding.
Maar… zonder te zondigen.
Jezus’ gang naar de aarde was daarmee ook voor Hemzelf blijkbaar een spannende onderneming: zou Hij als mens vrij blijven van de zonde?
Het is Hem volmaakt gelukt.
En door die ‘prestatie’ heeft Hij terug mogen keren, voor altijd, in de heerlijkheid van zijn Vader.

Wij hebben daar heel veel aan, vertelt de schrijver van de brief.
Want omdat Jezus verzocht is geweest, weet Hij heel goed wat het is als wij bloot staan aan verleiding.
Hij weet uit eigen ervaring dat de mens zwak is op dit vlak.
Hij kan meevoelen (er staat een woord in het Grieks dat dit letterlijk uitdrukt: sumpatein, waar ons woord ”sympathiek” vandaan komt – een sympathiek iemand is iemand die met je meevoelt)!

Maar Hij is wel rein gebleven, dit in tegenstelling tot ons.

Daarom ligt er voor ons tóch een weg open – naar de troon der genade.
Wij mogen daar naartoe gaan, vrij en onbevangen.
Daar valt genade te verkrijgen, dankzij Jezus.

Maar dan moet je wél gaan.
Die genade moet je daar ophalen, net als wanneer je een prijs hebt gewonnen.
Die kun je laten liggen, de termijn laten verstrijken,
maar je kunt hem ook ophalen.

Daartoe roept de schrijver van de brief ons met klem op:
gá naar die troon der genade.
Haal de genade op, en daarmee je toegang tot Gods heerlijkheid!

Blijf niet in de kou staan, maar warm je in Zijn liefde en genade!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s