Zondag 12 februari 2017 | Matteus 20: 1-16

templemenorahZondag lezen we de gelijkenis van de werkers in de wijngaard. U leest hem hier: Matteus 20:1-16.
De gelijkenis die Jezus vertelt, lijkt sterk op twee andere bestaande Joodse gelijkenissen.
Deze gelijkenissen (dus uit de buiten-bijbelse traditie afkomstig) noem ik nu eerst:

Gelijkenis 1

Waarmee kan Rabbi bar Hyja worden vergeleken?
Met een koning die vele arbeiders inhuurde.

Er was er ééntje die veel beter en sneller in het werk was dan de anderen.
Wat deed de koning?
Hij maakte met hem allerlei wandelingen.

‘s Avonds kwamen de arbeiders om hun loon te ontvangen
en hij gaf hem hetzelfde bedrag als hij aan hen allen gaf.
Daarop begonnen zij te mopperen en zeiden:

‘’Wij werkten de hele dag, en deze man werkte slechts twee uur
en hij gaf hem toch hetzelfde als aan ons!’’
De koning zei tot hen: ‘’Deze man verzette in twee uur tijd meer werk dan jullie deden gedurende de hele dag!’’
                                                                               (bron: Jeruzalemse Talmoed)

Gelijkenis 2

Het is als de gelijkenis van een koning die arbeiders inhuurde.
Zij begonnen hun werk getrouw te doen.
De koning zei tegen één van hen:

‘’Kom, laten we wandelen door de landerijen, de tuinen en boomgaarden!’’

Hij wandelde met hem gedurende de hele dag, terwijl de anderen allemaal hard aan het werk waren.
‘s Avonds kwamen de arbeiders naar de koning en zeiden:

‘’Geef ons alstublieft ons dagloon.’’

Ook degene die met de koning had gewandeld kwam, en vroeg om zijn loon.
De anderen zeiden: ‘’Welk recht heb jij om ook loon te ontvangen, jij hebt vandaag helemaal niet trouw gearbeid!’’
Hij zei tegen hen: ‘’Er was geen werk over voor mij om te doen.’’

En de koning zag dat hij juist en recht had geantwoord, en gaf ook hem zijn loon.

                                                                             (Bron: Midrash Tanchuma)
—-

Wie beide gelijkenissen leest, ziet dat de gelijkenis die Jezus vertelt, hier opvallend veel op lijkt.
Hij riep een bekende wereld op bij zijn hoorders.
Tegelijk maakt Hij twee grote verschillen met de bovenstaande gelijkenissen,
en daarin ligt de boodschap van Jezus’ gelijkenis verborgen.

1  Het eerste verschil:
Bij beide bovenstaande gelijkenissen wordt er door de koning iemand ‘van de werkvloer gehaald’ (die met de koning mag gaan wandelen). En dat zijn degenen die toch evenveel krijgen.
Bij de gelijkenis van Jezus worden er juist mensen tóegevoegd aan de reeds werkenden.
De zgn. ”laatsten”. En dat zijn degenen die toch evenveel krijgen.

Met andere woorden: Jezus wil laten zien dat er bij God altijd mensen bij mogen komen.
Het zijn de mensen die op een later uur van de markt worden gehaald.
Zijn het laatkomers die zich – door eigen schuld – verslapen hebben?
Of zijn het ook mensen die, zoals ze zelf zeggen, door niemand zijn uitgekozen,
die er werkeloos bij staan?
Hoe het ook zij, in ieder geval is duidelijk dat deze mensen dankbaar zijn dat ze sowieso aan het werk mógen.
In tegenstelling tot ‘de mensen van het eerste uur’ onderhandelen ze niet over de prijs.
Bij de mensen van het eerste uur lazen we dat de wijngaardenier het met hén eens werd. Met andere woorden: zij noemden hun tarief, en middels onderhandelingen werden beide partijen het eens. Zij zouden een dag gaan werken voor een denarie.
Tegen de mensen die later komen zegt de heer enkel: ”Ik zal je geven wat billijk is”, waarmee zij akkoord gaan, in goed vertrouwen.
Kortom, deze mensen stellen geen looneisen, en zijn allang blij dat ze aan het werk kúnnen.
Zoals je ook zelf dankbaar kunt zijn dat je bij God mag horen, met al je sores, en ondanks al je fouten en zonden.

2 Het tweede verschil
Bij de eerste en tweede gelijkenis wordt er een acceptabel antwoord gegeven waarom ook degenen die wandelden evenveel kregen als degenen die werkten.
Bij de gelijkenis die Jezus vertelt ligt dat anders.
Dat wordt níet begrepen.
Het schiet zelfs in het verkeerde keelgat.
De heer lokt deze reaktie zelfs uit, door eerst de laatkomers uit te betalen,
waardoor de eersten denken dat ze dan wel verhoudingsgewijs meer zullen krijgen.

Maar, leert Jezus ons: bij God geldt er geen ‘verhoudingsgewijs’; Hij geeft iedereen
graag en royaal, waarbij ook laatkomers volop mogen delen in zijn rijkdom!

Dat vinden wij mensen niet eerlijk.
Maar toch, zegt Jezus, moeten wij leren dat wél te accepteren.
Want staat het God niet vrij om te doen met zijn liefde en genade wat Hij wil?
Dat is -nogmaals- de vraag die Hij ons mensen meegeeft:
Staat het God niet vrij om te doen met zijn liefde en genade wat Hij wil?

En ‘de eersten’ mogen gerust zijn: zij komen niets tekort.
Zij delen ook ten volle in Gods liefde.
Maar mag de Heer ook aan de ander (die er maar weinig van heeft gebakken) – net als aan jou – het goede geven?

Is het toeval dat direkt na deze gelijkenis Jezus vertelt dat Hij zijn leven zal geven?
Zijn leven: het meest kostbare dat de Heer maar kan geven…
Voor iedereen gelijk: voor de toegewijde dienaar, maar ook…
voor de laatkomer. De zondaar.
En voor de pechvogel, die altijd aan het kortste eind trekt.

De eersten zullen laatsten zijn
en de laatsten eersten:

ik las deze regels altijd als een omkering van de rollen
(alsof eersten teruggezet zouden worden,
en laatsten voorgetrokken).
Maar volgens mij bedoelt Jezus gewoon:
iedereen wordt aan elkaar gelijk.
Gods genade en liefde is voor ieder mens even groot!

Een eerste ís een laatste,
en een laatste ís een eerste.

Allebei evenveel ontvangen;
kinderen van één Vader!

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s