Zondag 5 juni 2016 | Numeri 12:1-16

templemenorahDe kracht van nederigheid

Zondag lezen we Numeri 12:1-16.

Het verhaal steekt in op een moment dat Mozes diep zit.
Hij heeft zonet nog gebeden of God zijn leven wilde wegnemen (Numeri 11:11-15), aangezien hij het gemopper van het volk niet meer kon (ver)dragen.

Omdat we uit vers 3 weten dat Mozes een zéér zachtmoedig (ofwel: nederig) mens was,
kunnen we ons zijn gemoedstoestand voorstellen.
Zachtmoedige mensen hebben immers sterk de neiging om rekening met de ander te houden, en zijn daarmee gevoelig en kwetsbaar voor de uitingen van de ander.

We hoorden dus in Numeri 11 dat er iets in Mozes geknakt was, als leider van het almaar weer mopperende volk.
Zijn zachtmoedige karakter kon dit allemaal niet meer hebben.
Liever vluchtte hij in de dood, dan hier nog langer mee te dealen.

Tegen deze achtergrond komt Numeri 12 des te harder binnen.
Immers, juist nu hij in zo’n kwetsbare positie zat, had hij wel wat steun kunnen gebruiken,
maar zelfs zijn naaste zus en broer, Mirjam en Aäron, keerden zich tegen hem.

Zij uitten het verwijt dat Mozes een Kushitische (Ethiopische) vrouw had getrouwd.
Wij zij was en hoe en wanneer Mozes haar getrouwd had, weten we niet, al zijn hierover verschillende tradities binnen het Jodendom in omloop.

In feite doet dit er ook niet toe, aangezien het vooral om dit verwijt gaat.
Een verwijt dat Mozes hard geraakt moet hebben, juist nu hij al zo kwetsbaar was (en dit misschien mede daarom Gods toorn oproept).
Een verwijt dat overigens ook gekoppeld wordt aan een aanval op Mozes’ positie.
Immers, Mirjam en Aäron vragen zich openlijk af waarom Mozes meer zou zijn dan hen.
‘God heeft toch ook via óns gesproken?’, zeggen ze.
‘Heeft de HERE enkel en alleen met Mozes gesproken?’ zo luidt hun rhetorische vraag.

Met andere woorden: ze stellen hiermee Mozes’ unieke positie ter discussie.
Ook dit roept Gods toorn op, want hiermee vallen ze in feite God zelf aan, die Mozes heeft aangesteld.
Dat Mozes’ positie niet zijn eigen idee was, wordt nogmaals onderstreept door vers 3, waar we lazen dat Mozes de meest zachtmoedige mens op aarde was.

Hoorde Mozes overigens deze aanvallende vragen van Mirjam en Aäron ook zelf?
Mogelijk van wel, maar de tekst lijkt toch meer te suggereren van niet:

  • Mirjam en Aäron spraken tégen Mozes, is ook te lezen als: ”anti” hem, in plaats van: ”tot” hem.
  • Ze praten in het algemeen óver Mozes, en niet in de direkte rede; het lijkt dus het karakter van roddel te hebben.

Wie de woorden in elk geval wél hoort, is de Here God (vers 2).
En daar gaat het hier om.
De kiem van het complot/de jaloezie tegen zijn leidsman Mozes wordt door God zelf gehoord.

Anderzijds geeft Gods reaktie, die ”onmiddellijk” (vers 4) volgt, ook weer aanleiding tot de veronderstelling dat ze gedrieën bij elkaar waren.
God zegt immers tot Mozes, tot Aäron en tot Mirjam: ”naar buiten met je drieën!”
Toch zit er in de drie afzonderlijke woordjes ”tot …” ook weer het idee, dat ze ieder afzonderlijk werden aangesproken, en dat ze samen moesten komen bij de tent van samenkomst (de tabernakel).

Hoe dit ook zij, ze komen samen.
En dan maakt God in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk dat Mirjam en Aäron een grens zijn overgegaan.
Mozes heeft wel degelijk een unieke positie, maakt Hij hen duidelijk.
Immers (vers 7 en 8):

  • Mozes is ”met alles van Gods huis (Israel) vertrouwd
  • Mozes krijgt rechtstreeks Gods woorden door, van mond tot mond
  • Hij kijkt niet in raadsels maar ontvangt alle kennis rechtstreeks, zonder omwegen en mystificaties (vergelijk Paulus in 1 Korinthe 13, die aangeeft dat hij wél in raadsels ziet! En dus minder is dan Mozes. Paulus zegt juist níet van aangezicht tot aangezicht met God te spreken, en roept hiermee dit gedeelte uit Numeri 12 op).
  • Mozes ziet Gods gestalte.

Kortom, Mozes heeft van Godswege een unieke positie gekregen, die voor en na hem niemand meer heeft gehad.

Behalve dan Eén, die, meer nog dan Mozes, in direkte verbinding met de Vader stond: de Here Jezus.
Mozes en Jezus, ze lijken veel op elkaar.
Was ook Jezus niet ”zachtmoedig, en nederig van hart” (Matteus 11: 28-30)?

In die zin kunnen we hier een kostbare les leren: blijkbaar kan God júist iets met mensen die van zichzelf nederig zijn.
Die niet vol van zichzelf zijn, maar juist hun hart door God laten vullen.
Juist als je jezelf kwetsbaar, onvolmaakt weet, mag je hoop hebben:
dan is er ruimte voor Gods kracht in je leven!

Opnieuw Matteus 11 aanhalend: als je vermoeid en belast bent, en tegen je eigen grenzen oploopt, mag je naar Jezus gaan (die overigens in een nauwe verbinding tot Mozes stond, denk aan de verheerlijking op de berg).
Hij zal je vullen.
Met zijn juk en zijn last, die licht zijn.
Hij zal je rust geven.

Dat is wat God ten diepste voorheeft met zijn volk Israel, en met ons allemaal.
Dat we niet bezig zijn met: ”wie is de meeste?” (de vraag van Mirjam en Aäron, en later ook van de discipelen).
Maar dat we juist ons beperkte mens-zijn, met onze grenzen, feilen en falen erkennen, en God en Jezus de meeste laten zijn, en ons graag door zijn kracht laten vervullen.

Dan komt er een goed evenwicht in je leven.
Dan wordt Gods kracht de jouwe
Zijn vrede wordt jouw bron.

Kortom, er komt een nieuwe, andere kracht en rust over je.
Een stuk spanning en kramp gaat er af (je hoeft je niet meer zo nodig te bewijzen).
Maar het is: ”Christus leeft in mij”! (Galaten 2:20).

Aanvullende tekst ter overweging: Filippenzen 2:5-11.
Ook hier weer de gedachte dat de nederigheid van Christus leidde tot zijn verhoging.
En ook hier de gedachte, dat déze nederige de ware leidsman is.

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s