Zondag 28 februari 2016 | Hebreeën 7:15-28

templemenorahOok in dit gedeelte gaat het over de Here Jezus als Hogepriester.

Om ook dit stukje goed te begrijpen, gaan we terug naar offerdienst in de tabernakel en later in de tempel.

Daar werden offerdieren geslacht, namens de mensen.
Deze dieren vertegenwoordigden de offeraar bij God.
Het dier stierf in plaats van degene die het dier als offer inbracht.
Ook kon het offer een (dankbare) intentie van de offeraar richting de Here God tot uitdrukking brengen.

De offerdieren hadden één ding gemeen: ze moesten aan bepaalde voorwaarden voldoen,
en gááf zijn.
Een gaaf leven moest worden geofferd, vaak in een situatie waarin gebrokenheid in het spel was gekomen.
En natuurlijk vereiste alleen al Gods grootheid en volmaaktheid een zo kostbaar/gaaf mogelijk offerdier. Het zou tegenover Hem niet passend zijn met een ‘afdankertje’ aan te komen.

De priester of hogepriester was degene die de offerhandelingen op voorgeschreven wijze uitvoerde.
Wel diende de hogepriester in een aantal situaties ook eerst voor zichzelf een offer op te dragen, omdat hij niet zondeloos was (denk nogmaals aan Aäron, die de dienst aan het gouden kalf had geleid).

De schrijver van de Hebreeënbrief betrekt al deze dingen op Jezus. Om de gedachten kort en krachtig weer te geven:

– zijn leven was gaaf. Vers 26 zegt over Jezus: ‘heilig, zonder kwaad, zonder smet’.
– heel zijn leven was zo eigenlijk een offer. Zijn levenswijze en gerichtheid op God en de naaste. Toen Hij stierf, was niet alleen het stervensmoment het offer, maar kwam daar al het voorgaande uit zijn leven in mee.
– dat is bijzonder: dat de priester zelf een offer werd. Tot dan toe had de hogepriester altijd een zekere afstand tot het offer. Maar Jezus werd zélf het offer. (vers 27)
– Jezus’ hogepriesterschap had de kracht in zich van een ‘onvernietigbaar leven’ (vers 16)
– dankzij het offer van Jezus en zijn ‘onvernietigbaarheid’  (Pasen!) mogen wij ons bij God áltijd vertegenwoordigd weten door Hem.
Hij komt zelfs voortdurend voor ons op. Hij bidt en pleit voor ons bij de Vader. Hij komt tussenbeide (vers 25).

Hier ligt er trouwens een prachtig verband met de evangelielezing voor deze zondag: Lukas 13: 1-9.
Want ook daar horen we van iemand die voortdurend tussenbeide komt.
De vijgenboom is al drie jaar nvruchtbaar, de bijl ligt al aan de wortel, maar de wijngaardenier komt tussenbeide, en zegt tegen de heer van de wijnhaaar alles uit de kast te willen trekken om de boom vruchten te laten dragen.
Een verwijzing naar Jezus’ offer voor ons en onze zonden.
Een verwijzing ook naar zijn pleiten voor ons.
Hij brengt zijn offer als het ware al bij voorbaat in: ”Ik zal er álles aan doen om de boom van jullie leven aan z’n bedoeling te laten beantwoorden.”

Welnu, zo’n hogepriester hebben wij.
Hij is het offer en bracht het offer.
Hij bidt voor ons.

In de diepe hoop dat dit ons iets doet.
En dat wij ons best doen vruchtbaar te leven, tegenover God en onze naaste.

De slotzin uit het evangelie sluit trouwens niet uit dat de bijl er alsnog in kan gaan, als de vruchten ook na de (bemestings)aktie uitblijven.
Tegelijk lijkt het dat de wijngaardenier er alle vertrouwen in heeft dat het goed komt.
”Als het zó niet lukt…” Met andere woorden: ”nu gaat het zéker lukken!”.

Het is toch onbestaanbaar dat de boom voor dit goede verrijkingsplan van de aarde ongevoelig zou zijn?
En het is toch onbestaanbaar dat wij ongevoelig zouden zijn voor het offer van Christus voor ons, waarin Hij zichzelf helemaal gaf?
Lees hier Lukas 13: 1-9.
En lees hier Hebreeën 7: 15-28

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s