Zondag 21 februari 2016 | Hebreeën 6:1-13

templemenorahZondag lezen we verder uit de Hebreeënbrief.
Niet het meest gemakkelijke deel, maar wel erg sprekend, voor wie zich erin verdiept.

Het gaat over de vastheid van de beloften van God.

Abraham wordt in herinnering geroepen.
Aan hem had God beloofd dat hij gezegend zou worden (vers 14).

En ook gaat het over Melchisedek, een tijdgenoot van Abraham.
Deze figuur was zowel koning als priester in de toenmalige stad Salem (het huidige Jeruzalem).
Hij zegende Abraham met brood en wijn.

En nu wordt van Jezus gezegd dat Hij priester is ”naar de ordening van Melchisedek”.
Oftewel: zoals Melchisedek.
Met andere woorden: ook Jezus is iemand die Abraham zegent.
Met brood en wijn.
Wat hier wordt gezegd is in feite: Israel (Gods uitverkoren volk dat uit Abraham is voortgekomen) wordt gezegend door Jezus!

(alleen al op grond van deze tekst zou de kerk nooit meer moeten willen zeggen dat het Joodse volk voor God afgedaan zou hebben – integendeel!)

De schrijver van de brief spreekt zijn Joodse gehoor daarom ook aan vol goede moed.
Omdat Jezus een bijzonder hogepriester is, en dan nog eens zoals Melchisedek dat was,
daarom is er een vaste hoop.

Net als de hogepriester dat destijds op aarde deed, is ook Jezus het heilige der heiligen binnengegaan, maar dan in de hemel.
En niet meer met het bloed van een offerdier, maar met het offer van zijn eigen leven.
En daar is de verzoening geschied voor heel het volk Israel (en in Israel voor alle volken).

Daar ligt ook de grond van Israels hoop – en van die van ons:

In haar hebben wij
een anker voor de ziel
dat veilig en vast is
en ‘binnenkomt tot binnen het voorhangsel’ (vers 19)

‘Daar is als voorloper voor ons (Israel en de volkeren mogen dus volgen!)
Jezus binnengekomen
toen Hij
naar de ordening van Melchisedek (Psalm 110:4)
hogepriester werd
tot in de eeuwigheid (vers 20)

Bij het doorbladeren van ”Kind op Zondag”, viel mijn oog op een stukje uitleg van dominee/dichter Sytze de Vries bij dit gedeelte.
Op p.16 van het katern bij deze zondag schrijft hij woorden die ik zo veelzeggend vind, dat ik ze hier citeer (naar aanleiding van het anker in het bovenstaande vers 19):

Een boot die voor anker ligt, ligt nog wel altijd in het water.
Stroom en wind rukken aan de ankerketting.
Het getij keert, de wind verandert van richting.
Zo is in onrustige tijden de gemeente niet in het heden
maar in de toekomst verankerd.
Daar ligt haar vaste punt.
Dat geldt ook voor ieder mens persoonlijk,
het is het anker voor de ziel, voor mijn leven, mijn bestaan.
Het geloof is als de ankerketting: het kan flink onder spanning komen te staan.
(…)
Het is Jezus, die ons verankerd heeft in het Heilige der Heilige.
(…)
Om voor zijn volk opnieuw de geblokkeerde weg tot God te hervinden (Leviticus 16:2-12).
Hij heeft ons de weg naar het hart van de Vader geopend,
en wij zullen in zijn voetsporen treden.”

En zo mag het zijn!
Misschien dat daarom (ik leg toch even een verbinding naar de lezing uit Lukas 9:28-36 over de verheerlijking op de berg) Petrus dit aangevoeld heeft, bij dat ”heilige” moment op de berg in Gods direkte nabijheid.
Zo moet het altijd blijven.
Laten we onze tentpinnen in de grond slaan!

Maar dat kan niet en dat hoeft niet.
Niet wij hoeven onze tentpinnen vast in de grond te slaan,
maar kunnen ook de diepte weer in, en uiteindelijk alles verduren.
Want er is een anker in de hemel uitgeworpen, dat blijft haken in het Heilige der Heilige,
bij de troon van Gods genade.
Dankzij Christus, de Messias voor Israel en de volkeren – ook ons!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s