Zondag 14 februari 2016 | Hebreeën 14/15

templemenorahDe komende weken lezen we in de Veertigdagentijd uit de Hebreeënbrief. Deze brief is vermoedelijk gericht aan Joden die buiten Israel woonden, in een Griekstalige cultuur.
Dat de brief aan Joden is gericht, merk je uit de stijl en de argumentatie.
Die is voor niet-Joden wel eens lastig te volgen, maar mijn ervaring is dat het de moeite zeer loont om je er in te verdiepen!
Dat willen wij nu de komende weken doen.

Omdat er zo ongelooflijk veel zit in het tekstgedeelte voor zondag, wil ik er slechts een paar dingen uit halen.

Dit: de gedachte dat Jezus een hogepriester is.

Een hogepriester (lees het boek Leviticus) had tot taak de mensen bij God te vertegenwoordigen, en namens hen offers te brengen bij God, onder andere tot verzoening van hun zonden.Zo kon hij de mensen weer doen ‘naderen’ tot God.
Nabijheid tussen God en mens werd weer mogelijk gemaakt.

Dit was de kerntaak van Jezus, aldus de briefschrijver.

In 4:14 zegt hij zelfs dat wij een ‘grote hogepriester’ hebben.
En bovendien: een die kan meevoelen met onze zwakheden.
Op zich was dit laatste niet nieuw.
Vanaf het begin waren de hogepriesters ook zelf mensen met hun fouten en tekortkomingen.
Denk aan de eerste hogepriester: Aäron.
Eigenlijk had hij zich volstrekt gediskwalificeerd, door nota bene de dienst aan het gouden kalf mogelijk te maken en te faciliteren.
Als je Leviticus leest, dan zie je ook dat de hogepriester ook eerst voor zichzelf offers ter verzoening van zonden moet brengen.
Pas daarna, als hij zelf weer schoon is, kan hij namens de mensen tot God naderen.

Misschien dat God juist daarom wel iemand als Aäron heeft gekozen: omdat die zelf ook zondig was, en ”een van het volk” was?
Iemand die niet vanuit de hoogte op hen neerkeek, maar de mensen in zekere zin kon begrijpen, wanneer het misging (zonder overigens de zonde goed te praten uiteraard).

Vervolgens zegt de briefschrijver dat Jezus zo ook verzocht is geweest (denk bijv. aan de verzoekingen in de woestijn).
Hij kent blijkbaar de innerlijke trekkracht van de zonde.
En begrijpt ons als wij daarmee te maken hebben (en alleen al om die reden zal Hij ons nooit vanuit de hoogte afschrijven).
Er was dus ook iets in Hem (als mens) dat vatbaar was voor de trekkracht van het kwaad.
Tegelijk bleef Hij wel altijd aan de goede kant van de (dunne) grens.
De verleiding leidde niet tot ontkieming in het hart van ‘zaden van het kwaad’ (noem ik ze maar even), die tot zonden konden uitgroeien.
Want in het innerlijk vallen altijd de beslissingen.
Uiteindelijk bleef dat zuiver bij Jezus.

Dat ging bepaald niet vanzelf, dat proef je ook uit het vervolg: in 5:7 lees je het volgende:

Hij heeft in de dagen van zijn vlees (zijn leven op aarde)
gebeden en verzuchtingen geofferd
met krachtig geschreeuw en in tranen

Net als de hogepriester, heeft Jezus offers gebracht.
Zijn offers bestonden voornamelijk uit de innerlijke strijd,
de aanvechtingen van welke aard ook,
maar – en dat was zijn geheim – tegelijk het roepen (schreeuwen!) tot God,
en zijn tranen
en zijn zuchten
of God Hem zou bewaren voor en redden van het kwaad.

Zo heeft Jezus, al worstelend:

gehoorzaamheid geleerd (5:8)

Blijkbaar kwam de gehoorzaamheid Hem niet aanwaaien!
De aanvechtingen kwamen in golven op Hem af (dit was helemáál het geval in Gethsamene, maar blijkbaar ook veel vaker in zijn eerdere leven),
maar… Hij wist zijn roer recht te houden,
en dwars op al die golven zijn levensschip op God aan te blijven koersen.

Hij heeft dat dus blijkbaar al worstelend moeten leren.

Daar zit een bemoediging in:
Hij begrijpt ons helemaal, maar dan ook helemaal, wanneer wij ook worstelingen kennen!

En dat Hij uiteindelijk zijn roer recht heeft weten te houden, is voor ons de garantie van ons behoud.Maar dat komt later nog meer uitgebreid aan de orde.
(Ook laat ik nu buiten beschouwing de gedachten over Melchizedek.
Dat komt ook een volgende keer, anders wordt het voor nu teveel.)

Maar nog wel dit:

Wij mogen daarom ”naderen” (weer dat kernwoord uit Leviticus!)
tot de ”troon der genade”. (4:16)

Deze uitdrukking ”troon der genade”
doet sterk denken aan het verzoendeksel op de ark (in de tabernakel),
dat ook wel de ”troon van Gods heerlijkheid” werd genoemd (zie bijv. ook mijn bijbels dagboek bij Exodus, waar dit thema uitgewerkt wordt en aan de hand van Exodus veel uitleg gegeven wordt bij de tabernakel en alles wat daarmee te maken heeft, dat hier in Hebreeën eigenlijk als achtergrond bekend wordt verondersteld).

Op Grote Verzoendag mocht de hogepriester naderen tot dit heiligste der heiligen,
wanneer de offers tot verzoening van de zonden waren gebracht.
Dan mocht Hij letterlijk komen tot de troon van Gods heerlijkheid,
waar genade te verkrijgen was voor héél het volk!

Zo mogen ook wij nu naderen tot deze troon van Gods genade.
Niet meer letterlijk in de tabernakel of tempel,
maar in de inkeer van het gebed.
Want zegt Paulus niet ergens dat ons lichaam een ”tempel is van de heilige Geest”?

God is tot óns genaderd, dankzij het werk van Christus, en woont zelfs ín ons!
Wij mogen daarom tot Hém naderen (en daar hoef je dus niet ver voor te gaan).
Christus heeft door de offers van zijn gebeden, moeiten, lijden, leven en sterven
voor ons de weg gebaand.

Die mogen wij gaan deze Veertigdagentijd.

Ga dan die kostbare weg!

 

Hebreeën 4:14 – 5:10

Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden.
 15   Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden,  maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar  zonder zonde.
 16  Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen  tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip.
 
 1  Want elke hogepriester die uit de mensen wordt genomen, is ten dienste van mensen aangesteld met het oog op de dingen die bij God te doen zijn, om gaven en offers te brengen vanwege de zonden.
 2  Hij kan voluit medelijden hebben met de onwetenden en dwalenden, omdat hij ook zelf met zwakheid omvangen is.
 3  En daarom moet hij,  evenals voor het volk, ook voor zichzelf offeren vanwege de zonden.
 4   En niemand neemt die eer voor zichzelf, maar men wordt er door God toe geroepen,  zoals Aäron.
 5  Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer gegeven om Hogepriester te worden, maar Hij Die tot Hem heeft gesproken:  U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.
 6  Zoals Hij ook op een andere plaats zegt:  U bent Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
 7   In de dagen dat Hij op aarde was,  heeft Hij met luid geroep en onder tranen gebeden en smeekbeden geofferd aan Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. En Hij is uit de angst verhoord.
 8   Hoewel Hij de Zoon was, heeft Hij toch gehoorzaamheid geleerd uit wat Hij heeft geleden.
 9  En toen Hij volmaakt was geworden, is Hij voor allen die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwige zaligheid geworden.
 10  Door God is Hij Hogepriester genoemd naar de ordening van Melchizedek.

– See more at: http://herzienestatenvertaling.nl/teksten/hebreeen/5/#sthash.iV1S54Gu.dpuf

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s