Zondag 7 februari 2016 | Lukas 5:1-11

templemenorahZondag lezen we het verhaal van de wonderbare visvangst.
Een opmerkelijk verhaal!

Jezus bemoeit zich met het vak van Petrus: de visserij.
Een rabbi die tips geeft aan een geheel andere beroepstak: op zijn minst opmerkelijk.
Als dominee zie ik mezelf nog niet op gezagvolle wijze bijv. een aannemer technische tips geven!

Vissen vangen is trouwens niet zo eenvoudig.
Vissen zitten onder de oppervlakte, en glibberen heel makkelijk door je handen heen.
Je hebt er niet makkelijk grip op.
Visserij is daarom een kunst, een vak apart.
Waar Petrus toch het nodige van wist.

En dan komt een geestelijke met zo’n tegendraads advies: om overdag te gaan vissen.
Tot mislukken gedoemd!

Toch doet Petrus het.
Ook dat is opmerkelijk te noemen.
Je vraagt je af: Wat had Jezus dat Petrus toch op zijn advies in ging?
(en dat terwijl hij erg moe en gedemotiveerd zal zijn geweest, na een hele nacht opblijven,
zonder enig resultaat).

Petrus doet het uiteindelijk.
Al dekt hij zich wel in:
”Op úw woord zal ik de netten uitzetten.”
Met andere woorden, voor de mensenmassa hoorbaar: als het mislukt, was het niet mijn idee, maar het uwe, Heer Jezus.

Enerzijds indekken.
Maar ondertussen toch maar wél mooi doen, wat Jezus zegt.
Ook al geeft Petrus aan er niets van te snappen:
hij zet de stap.

Uit de rest van het verhaal blijkt dat de vissen staan voor ons mensen
die niet zomaar vanzelf naar God toezwemmen en met Hem bezigzijn
maar toch wel degelijk gevangen/geboeid kunnen raken door Hem en zijn Woord.

Dat belooft Jezus uiteindelijk aan Petrus:
je zult visser van mensen worden.
Jouw leven mag een rol spelen in het anderen bij God brengen.
Mensen terecht brengen in de netten van het Koninkrijk.

Daar wil ik maar even bij blijven,
want ook in de kerk willen we graag
dat mensen God leren kennen
zich kind van Hem weten,
en zo, uit zijn liefde en genade, leven.
Volgens zijn geboden.

Maar je hebt het niet altijd zomaar zelf in de hand.
”Een hele nacht gewerkt” en: ”niets gevangen”
Je best gedaan voor het kerkenwerk,
maar de kerk blijft krimpen
en ziet haar netten leger en leger worden.
Maar dan heeft dit verhaal ons wat te zeggen.

Geef niet op, blijf proberen;
je zult ”vangen”! zegt Jezus.

Het geheim zit denk ik in de eerste helft van het verhaal.
Daar is Jezus bezig vanuit Petrus’ bootje de mensen toe te spreken.
Daarna zegt Hij: neem het bootje, ga vissen en je zult vangen!
Die twee zaken brengt Lukas met elkaar in verbinding:
het spreken van Jezus
en de opdracht vervolgens om te gaan vissen voor Petrus.

Dat is dé reden voor Petrus’ vangst:
dat Jézus de mensen al aangesproken had.
Jezus deed het eigenlijke werk.
De vissers hoefden daarna alleen nog maar de netten neer te laten.

Ook naar ons toe geldt dit:
Jezus doet het eigenlijke werk.

Trouwens, daarbij geldt wel dit: ”geef mij je boot”.
Ofwel: laat Jezus toe in jouw leven/domein,
vraag Hem erbij en laat Hem de ruimte innemen.
Stel je leven in dienst van Hem.
En wees daarbij getrouw, in gehoorzaamheid.

Ook al overzie je het niet allemaal (”ik snap het niet, maar op uw woord doe ik het dan toch maar”):
je kunt ook geloven (en doen) zonder eerst alles te snappen/overzien.
En er dan vroeg of laat achter komen dat Jezus tóch (ook al leek het de hele tijd van niet)
ervoor heeft gezorgd dat alles goed komt.

Geef daarom niet op, ook al herken je je misschien sterk in die zucht van Petrus (het heeft tot nu toe allemaal niets opgeleverd)
maar geef je bootje (je leven) in zijn handen
en ga maar voort met het goede werk.
En vertrouw dat het gezegend wordt.

Een prachtig, hoopvol verhaal!

Lukas 5:1-11

1 Toen Hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond
en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren,
2 zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen;
de vissers waren eruit gestapt,
ze waren bezig de netten te spoelen.
3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon was,
en vroeg hem een eindje van het land weg te varen;
Hij ging zitten
en gaf de menigte onderricht vanuit de boot.
4 Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon:
‘Vaar naar diep water
en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’
5 Simon antwoordde:
‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen
en niets gevangen.
Maar als u het zegt,
zal ik de netten uitwerpen.’
6 En toen ze dat gedaan hadden,
zwom er zo’n enorme school vissen in de netten
dat die dreigden te scheuren.
7 Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot
dat die hen moesten komen helpen;
nadat dezen bij hen waren gekomen,
vulden ze de beide boten met zo veel vis
dat ze bijna zonken.
8 Toen Simon Petrus dat zag,
viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei:
‘Ga weg van mij, Heer,
want ik ben een zondig mens.’
9 Hij was verbijsterd,
net als allen die bij hem waren,
over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden;
10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs,
die met Simon samenwerkten.
Jezus zei tegen Simon:
‘Wees niet bang,
voortaan zul je mensen vangen.’
11 En nadat ze de boten aan land hadden gebracht,
lieten ze alles achter
en volgden Hem.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s