Zondag 18 maart | Klein Pasen | Markus 14: 12-28 | Lied 618 (Christ lag in Todesbanden)

templemenorahKomende zondag is het ‘Klein Pasen’. De zondag heet ook wel ‘Laetare’ (Wees blij!).
Het is de middelste zondag van de Veertigdagentijd.
Maar juist in het midden van deze veertig dagen mag vooruitgezien worden naar het Paasfeest!
De vreugde van datgene wat in het verschiet ligt, mag al even geproefd worden.

Dit besef komt ook naar voren in de Schriftlezing, Markus 14: 12-28.
We horen dat Jezus met zijn leerlingen de lofzang zong, na het Pesachmaal (Avondmaal) gevierd te hebben.
Dit volgens de Joodse tafelliturgie bij de Pesachmaaltijd.
Herdacht werd hoe God zijn volk Israel verlost had uit de slavernij van Egypte.
En Jezus bracht hier de extra duiding bij aan van het offer dat Hij zou gaan brengen,
om als koning der Joden zijn volk Israel te verlossen van de zonde en de dood.
En in Israel alle volken der aarde.

De lofzang werd dus gezongen. Deze term slaat op het ‘Hallel’.
De ‘hallelujah-psalmen’ 113-118.
Ook in deze psalmen komt beide naar voren:
zowel de diepte van de dood en de ellende,
als het vertrouwen dat God daaruit verlost heeft en verlossen zal.

Het moet wat geweest zijn voor de Here Jezus.
Voor Hem zullen deze psalmen extra diepte hebben gehad toen Hij ze zong
en wist dat Hij moest gaan sterven.
Maar ook dat Hij zou opstaan.
Diepte én vreugde bij voorbaat.

Dat horen we ook in vers 25.
Daar zegt Jezus dat Hij niet meer zal drinken van ”de vrucht van de wijnstok”.
Tegelijk geeft Hij echter aan dat zijn dood overwonnen zal worden,
en dat Hij in het Koninkrijk van God wél weer van de goede wijn zal genieten.
Ook hier weer die vreugde, in het hart van de nacht die komt.

Ik denk dat deze verworteling in de Psalmen, het Oude Testament, de Here Jezus geholpen heeft het einddoel te blijven zien, bij wat op Hem af kwam.

Het lied dat centraal staat komende zondag, lied 618, kent ook een sterke verworteling in het Oude Testament.
Het heeft vanuit het Duits de titel meegekregen ”Christ lag in Todesbanden” (Christus lag in banden van de dood – een beeld voor de kracht van de dood).
Hiermee verwijst Luther, die dit lied maakte, naar het Oude Testament, en de slavernij in Egypte, de banden van de slavernij, waarin ook eens het Joodse volk verkeerde.
Die banden knelden (banden, waarover trouwens ook gezongen wordt in Psalm 116, een van de Psalmen van het Hallel).
Maar de God van Israel was sterker dan de Farao, en verbrak de banden van de slavernij.

Heel deze thematiek klinkt door in lied 618.

In vers 1 gaat het over het neerliggen in de dood van Jezus.
Maar, zo klinkt het, en vers 2 onderstreept dit:

Luid klinkt in het doodsgebied
de luisterrijke profetie
die spreekt van een bevrijder

En in de vervolgverzen legt Luther uit dat Jezus die bevrijder is.
In een weergaloos gevecht (vers 4) heeft Hij de doodsvijand verslagen.

Vers 5 neemt dan het thema van de uittocht uit Egypte weer op:

Het ware Paaslam is geslacht
en zonder klacht gestorven
de offerrande is gebracht
de vrede is verworven.
Aan de deurpost spreekt het bloed
ons van genade, God is goed.

De paaslammeren waren destijds immers geslacht om de doodsengel voorbij te laten gaan
en de vijand te treffen.
Evenzo is Christus voor ons gestorven
om ons Gods oordeel aan ons voorbij te laten gaan
en om de doodsvijand die ons wil vasthouden in de banden van de zonde en de dood
te treffen en ons genade te brengen.

Het begin van het evangeliegedeelte is in dit verband veelzeggend:
we horen er immers dat de leerlingen van Jezus het paaslam hebben geslacht (Mk.14:12).
Ook hier staat het centraal, heenwijzend naar het komende offer van Jezus, met als uitkomst:

De schuld verzoend.
De dood overwonnen.

Het gelegenheidskoor zal tijdens de overdenking ook enkele regels van Lied 615 laten horen.
Dit oude Middeleeuwse lied heeft Luther immers mede gebruikt om zijn lied ‘Christ lag in Todesbanden te maken’.
Die oude regels uit lied 615 luiden:

Christen, offer nu je loflied
aan wie als paaslam bloedde
lam dat schapen verloste
Christus die alle zondaars
schuldloos weer verzoende met zijn Vader

Na zo enkele zaken uit de lezing en het lied te hebben aangestipt zien we hoezeer beide een plek heeft:
enerzijds het vele dat nog moet komen en tegelijk het offer dat bij voorbaat laat zien: het komt goed!

Ook wij leven enerzijds nog ‘in die nacht’ dat het allemaal nog niet zover is.
Maar tegelijk weten we wat Christus, het Paaslam, gedaan heeft, en doen zal.
Wij weten wat zijn Vader, de God van Israel, gedaan heeft aan zijn volk, en doen zal.

In de weg van Israel en Christus is één ding zeker:
het einde zal vreugde zijn.

Zo eindigt couplet 5 (waarvan we eerste gedeelte hierboven citeerden):

Zijn dag licht aan, zingt vrolijk
hallelujah!

En dat willen we zondag doen:
zingen, van het Paasfeest dat komt!

Ook het orgel zal zich na de preek niet onbetuigd laten, met een prachtige bewerking van dit lied:
‘Christ lag in Todesbanden’.


Eigenlijk moet je dit lied eens opzoeken en alvast eens lezen in zijn geheel.
Datzelfde geldt voor de schriftlezing: Markus 14: 12-28 (Naardense Bijbel)

12

Op de eerste dag van de Ongegiste (Broden),
wanneer ze het pesach* (=Paaslam) hebben geslacht,
zeggen zijn leerlingen tot hem:
waar wilt u dat we heengaan
en alles gereedmaken
dat u het pesach* kunt eten?

13

Dan zendt hij
twee van zijn leerlingen uit
en zegt tot hen: gaat de stad in,
en daar zal jullie een mens tegemoet lopen
die een kruikje water torst; volgt hem,

14

en waar hij naar binnen gaat,
zegt daar tot de huiseigenaar:
‘de leermeester zegt:
waar is mijn herbergzaal
waar ik met mijn leerlingen
het pesach* ga eten?’-

15

dan zal híj u een grote bovenzaal tonen,
gespreid, gereed;
maakt het dáár voor ons gereed!

16

De leerlingen trekken er op uit,
komen de stad binnen,
vinden alles zoals hij hun heeft gezegd
en maken het pesach* gereed.

17

Als het later wordt
komt hij er met de twaalf.

18

En als zij aanliggen en eten
zegt Jezus:
amen is het, zeg ik u,
dat één uit u mij zal overgeven,
‘die met mij eet’ (Ps. 41,10)!

19

Zij beginnen bedroefd te worden
en tot hem te zeggen, één na één:
ík toch niet?

20

Maar hij zegt tot hen:
één van de twaalf,
die met mij in de schaal indoopt!-

21

omdat de mensenzoon wel heengaat
zoals over hem geschreven is,
maar wee die mens
door wie de mensenzoon wordt overgegeven!-
beter voor hem
als hij niet geboren was, die mens!

22

Terwijl zij eten
neemt hij een brood,
zegent,
breekt het, geeft het hun
en zegt: neemt dit aan,
dit is mijn lichaam!

23

Dan neemt hij een drinkbeker,
dankt
en geeft hem aan hen,
en zij drinken allen daaruit.

24

Hij zegt tot hen:
dit is van mij het bloed van het verbond,-
dat voor velen wordt vergoten;

25

amen is het, zeg ik u,
dat ik niet meer zal drinken
van het gewas van de wijnstok
tot aan díe dag,
wanneer ik hem nieuw zal drinken
in het koninkrijk van God!

26

Zij lofzingen
en trekken uit naar de Berg der Olijven.

27

Dan zegt Jezus tot hen:
ge zult allen struikelen,
omdat geschreven is:
zal ik de herder slaan,
dan zullen ook de schapen
worden verstrooid (Zach. 13,7)!-

28

echter, nadat ik ben opgewekt
zal ik u voorgaan naar Galilea!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s