Zondag 1 juni 2014 1 Petrus 4: 1-16

Ditmaal bespreek ik een klein stukje uit de lezing voor zondag.
Het gaat om 1 Petrus 4: 7-11.

Het einde van alles is nabij.
Kom daarom tot bezinning
en wees helder van geest,
zodat u kunt bidden.
Heb elkaar vóór alles innig lief,
want liefde bedekt tal van zonden.
Wees gastvrij voor elkaar,
zonder te klagen.
10 Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen,
zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
11 Voert u het woord,
laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt.
Helpt u anderen,
doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft.
Want zo doet u alles tot eer van God,
dankzij Jezus Christus,
aan wie alle eer en macht toekomt,
voor eeuwig.
Amen.

Een paar zaken die mij opvielen:

Vers 7: bidden is blijkbaar niet het middel, maar het doél.
Er staat niet: ga bidden, opdat er dit en dat gebeurt.
Maar: kom tot bezinning en wees helder van geest, ópdat u kunt bidden.
Het onderhouden van de relatie met God als doel.

Vers 8: wij moeten leren elkaar innig lief te hebben. Dit zelfs vóór alle dingen.
Dus als een soort speerpunt in je kerkelijke activiteiten.Vraag: investeren we daar (als persoon en als kerk) genoeg in?
Hoe zou je dit kunnen doen? (een soort ”teambuilding” in de gemeente?)
Het gunstige (neven)effect is dat we hierdoor milder naar elkaar worden,
makkelijker omgaan met elkaars fouten en tekortkomingen, schrijft Petrus.
(let wel: er staat niet dat álle zonden dan zomaar eventjes onderling vergeven kunnen of moeten worden,
maar wel: tál van zonden)

Vers 9: wij moeten gastvrij zijn naar elkaar toe.
Bereid om de ander een stukje van je tijd/aandacht te gunnen.Hem/haar een stukje van je leven te laten zijn.
En dan hier niet bij lopen klagen.

Vers 10: je talent inzetten
We hebben allemaal van God talenten gekregen die je mag gebruiken ten dienste van de ander.Er staat dat we rentmeesters mogen zijn over de veelkleurige genadegaven van God.
Rentmeesters moesten altijd een bedrag laten groeien.
Blijkbaar kunnen wij de talenten die we van God kregen laten groeien
als we ze gebruiken tot heil van onze naaste.

Dit kan zowel in woorden als in daden (vers 11).

Gods kracht helpt ons hierbij.
Letterlijk wordt hier een woord gebruikt dat in de Griekse grondtaal verwijst naar de ”choregos”.
Dat was vroeger iemand die in het theater een koor sponsorde (uit eigen zak betaalde).Door de (financiele) kracht van de een, werd het de ander mogelijk zijn talent ten toon te spreiden (in dat theater).

Zo doet God het bij ons: hij ”sponsort” ons: geeft ons talenten/gaven mee, alsmede zijn Geestkracht:
die talenten mogen wij op zíjn kosten gebruiken ten bate van anderen.
Dan gaat er veel moois groeien en bloeien!

Samenvattend: zo zit er een mooie volgorde in:

Bidden (relatie met God) – elkaar liefhebben (relatie met elkaar) – dit (elkaar liefhebben) bereik je door: gastvrijheid (de ander toelaten) – en: je eigen talent voor hem/haar in te zetten. – Gods kracht helpt ons hierbij!

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s