Zondag 1 juli 2012 Markus 5: 21-43

Jezus wekt het dochtertje van Jaïrus op uit de dood.

De bloedvloeiende vrouw en het dochtertje van Jaïrus

Voor zondag staan twee verhalen inéén op het programma: het gaat over een vrouw die al twaalf jaar chronisch ziek is, en over een acuut levensbedreigend ziek meisje. Hier volgt eerst het verhaal:

21 Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij hem, en hij bleef aan het meer. 22 Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. 23 Hij smeekte hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’ 24 Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde hem en verdrong zich om hem heen. 25 Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. 26 Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. 27 Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, 28 want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. 29 En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze van de kwaal genezen was. 30 Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ 31 Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt u: “Wie heeft mij aangeraakt?”’ 32 Maar hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. 33 De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar hem toe en viel voor hem neer en vertelde hem de hele waarheid. 34 Toen zei hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’
35 Nog voor hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ 36 Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ 37 Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 38 Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. 39 Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ 40 Ze lachten hem uit. Maar hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij hem waren de kamer van het kind binnen. 41 Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’ 42 Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. 43 Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap

Wat valt je op bij dit verhaal?
Probeer eens weer te geven wat je opvalt als je dit verhaal voor het eerst leest. Wat vind je mooi, of waar heb je vragen bij? Laat het weten!

Zelf heb ik, na een eerste lezing van het verhaal, de volgende punten.

1. De aktie van de vrouw zorgt ervoor dat Jezus te laat komt waar het acuut nodig is.
Jezus is ijlings onderweg naar het dochtertje van Jaïrus, dat op sterven ligt. Iedere seconde telt!
Maar de ‘ambulance’ loopt vast in de menigte, en door de aktie van de chronisch zieke vrouw wordt Jezus dusdanig opgehouden dat Hij te laat bij het meisje komt.
Dat geeft een gevoel van oneerlijkheid: had die vrouw niet even kunnen wachten? Ze wist vermoedelijk wat er speelde. Uit de verzen 21-24 kun je opmaken dat de menigte (en zij dus ook) getuige was van de indringende hulpvraag van vader Jaïrus.
Staat daarom die vrouw zo te beven (vers 33)?
Ze had Jezus stiekum eventjes willen aanraken, maar ze wordt eruit gepikt! Misschien voelde ze wel het scheve van de situatie: Jezus op weg naar een doodziek meisje, en zij houdt dit nu op door haar (op dit moment onnodige) aanraking.
Met als gevolg dat het meisje inmiddels gestorven is, vóórdat Jezus aankomt. Met als gevolg heel veel verdriet in het gezin van Jaïrus.

2. Ondanks dat er veel kracht uit Jezus gestroomd is (nadat die vrouw zijn kleren aanraakte, Markus 5:30), heeft Hij nog voldoende kracht over om het dochtertje van Jaïrus uit de dood op te wekken. Hij kon dus tóch nog, en Hij was dus níet te laat. Dat vind ik mooi: we hoeven dus nooit te denken dat God niet iedereen tegelijk kan helpen!

3. Verder vallen mij de getallen op. Tweemaal twaalf.
De vrouw had 12 ‘ziektejaren’ achter de rug.
Het meisje had 12 levensjaren achter de rug.
Misschien moet ik mijn hierboven gemaakte opmerking dat de vrouw even had moeten wachten, terugnemen.
12 ziektejaren, dat is niet niks! 12 jaren van bloedvloeiing (een soort permanente menstruatie). In de tijd van de Bijbel betekende dat: er uit liggen (lees Leviticus 15: 19-28 eens!), onrein zijn, geen sexuele contacten kunnen hebben, afstand tot alles en iedereen moeten houden. Eigenlijk buiten het leven staan. Misschien kun je daarom zeggen dat haar situatie net zo ernstig is als die bij het meisje van 12. Deze vrouw heeft 12 jaren niet geleefd…
Ik kan me steeds beter voorstellen dat deze vrouw nu haar kans greep: nu of nooit!

Dat waren voorlopig mijn punten.
Nu die van jullie nog.
Succes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s