Intermezzo: hoe zit het met 1 Koningen 13?

leeuw3Sinds enige jaren leid ik een bijbelleesgroep, waarin we per keer een compleet bijbelboek bespreken. Iedere maand hebben de deelnemers het betreffende bijbelboek thuis gelezen. Het aardige van zo’n kring is dat je al lezend en elkaar sprekend een veel beter beeld krijgt bij de samenhang van de Bijbel. Samen ontdek je: de verhalen zijn niet alleen maar los verkrijgbaar, maar zijn diep verbonden met elkaar.

Een goed, maar niet gemakkelijk voorbeeld hiervan is het verhaal in 1 Koningen 13.
Onlangs bespraken wij het boek 1 Koningen, en in het gesprek kwam de vraag aan de orde hoe we dit op het eerste gezicht onbegrijpelijke verhaal moeten duiden. En ook vroegen we ons af: waarom onderbreekt dit verhaal de vertelling over Jerobeam?

Ik had beloofd aan de groep me hier nog eens nader in te verdiepen, en dat is voor mij zeer verhelderend geweest.  Mijn aldus verkregen kijk op dit verhaal deel ik hier graag.

Maar leest u eerst zelf dit verhaal eens rustig, en u ontdekt hoe onbegrijpelijk en onrechtvaardig dit verhaal lijkt.

Dan nu een poging tot uitleg.

Eerst iets over de boeken 1 en 2 Koningen.
Hier worden Israëls en Juda’s koningen beschreven.
De verteller is echter niet zozeer geïnteresseerd in alle (wapen)feiten van deze koningen, als wel in de vraag: deed hij wat goed of kwaad is in Gods ogen?
Hield hij zich aan Gods geboden, of niet?
Dat is de meetlat waarlangs alle politiek gelegd wordt.

In het slot van 1 Koningen 12 werd beschreven dat koning Jerobeam zich bepaald niet aan Gods geboden hield.
Eigengereid maakte hij gouden kalveren, en alsof dat niet erg genoeg was bouwde hij ook offerplaatsen búiten de tempel om (zoals bij Bethel) hetgeen ten strengste verboden was.

En dáár steekt dit verhaal van 1 Koningen 13 in.
Heel kort gezegd gebeurt er dit:
Een man Gods krijgt rechtstreeks van God een boodschap, om dit kwaad aan de kaak te stellen. Hij moet naar Bethel gaan.
Maar, hij mag beslist niet langs dezelfde weg terug.
Hij moet zich letterlijk distantiëren van dit grote kwaad.

Dan is er een (vermoedelijk valse) profeet die deze man Gods beliegt, en zegt dat hij een boodschap van God heeft gekregen dat de man Gods wél langs dezelfde weg terug mag.
De man Gods gelooft dit, en dat wordt hem door God zwaar aangerekend.
Hij wordt door een leeuw gedood op zijn terugreis (het feit dat die leeuw blijft staan bij het lijk en het niet verscheurt, geeft aan dat het geen natuurlijke dood was, maar een oordeel Gods).

Dit voelt begrijpelijkerwijs onrechtvaardig aan: hij was te goeder trouw afgegaan op wat de andere profeet zei.
Maar daar zit hem hem!
Hij ging meer af op iets dat ”van horen zeggen” was, dan wat Hij rechtstreeks als Gods gebod gekregen had.
Dat luisterde blijkbaar zeer nauw.
Joodse uitleggers halen hier Deuteronomium 18: 19 aan, waar profeten hier tegen gewaarschuwd worden.

Maar hoe je het ook wendt of keert, dit verhaal blijft ergens onbegrijpelijk, shockerend ook.
Maar dat is dan ook nét de functie, op deze plek:
als deze straf Gods eigen dienaar al treft,
die geen enkel kwaad had gedaan, behalve het meer vertrouwen stellen op woorden van mensen dan op de woorden van God,
hoeveel te meer moet dan koning Jerobeam op zijn tellen passen (die onnoemelijk vérder is afgeweken van de goede weg).

En inderdaad gaat het verhaal over Jerobeam direkt na dit moeilijke verhaal verder in vers 33:

”maar… Jerobeam is níet teruggekeerd van zijn kwade weg”

Onbegrijpelijk, dat hij zich door niets en niemand meer heeft laten gezeggen.

Hier zien we overigens een woordspel: de man Gods moest terugkeren langs een andere weg dan de weg die hij was gegaan op weg naar Bethel (de weg naar het kwaad).
Maar Jerobeam keerde níet terug van zijn kwade weg.

Hopelijk werpt dit wat licht op dit verhaal over het trieste lot van de man Gods.
Je moet dit niet alleen maar op zichzelf lezen, maar ook met het oog op Jerobeam.
Het haalt alle haken en ogen zeker niet weg, maar maakt de intentie wel duidelijk.

Tot slot, nog iets dat de pijn van dit verhaal iets kan verzachten: nog even over die leeuw.
Die bleef daar maar staan, bij het lijk van de man Gods en bij de ezel.
Joodse uitleggers hebben hierin tegelijk ook iets heel troostrijks beluisterd.
Hoe deze man ook van zijn roeping was afgevallen, God bleef hem ook na zijn dood trouw en beschermen.leeuw1
Die leeuw stond op wácht!
Op deze wijze konden er geen aaseters bij het lichaam komen.
En… ook de ezel werd gespaard.
Om straks nog een heel belangrijke functie te kunnen vervullen.
Want die ezel wordt straks gebruikt door de (valse) profeet, die spijt kreeg van zijn daad,
om de gestorven man Gods liefdevol op te halen (zoals ook de barmhartige Samaritaan de gewonde man op zijn ezeltje tilde) en eervol te begraven.
Ook hier is Gods hand merkbaar: hij behoedt middels deze leeuw het lichaam van zijn omgekomen dienaar.

leeuw2

Kortom, uiteindelijk kreeg de man Gods een eervolle begrafenis.
Dat trouwens ook weer in tegenstelling tot Jerobeam, van wie even verderop (1 Koningen 14:10-12) gezegd wordt dat als hij en de zijnen sterven, niemand eervol begraven zal worden (behalve dan één zoon, vers 13).

Tot zover dus even iets van de verbanden die er tussen verhalen bestaan, en die hopelijk wat licht werpen op deze bijzondere geschiedenis.

Wie overigens zin heeft aan te schuiven bij deze kring is van harte welkom op de volgende bijeenkomst: 9 januari, 20.00 uur in de Maranathakerk te Nieuwleusen.
Dan bespreken we het boek 2 Koningen (dat dus al thuis gelezen kan worden).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s