Witte Donderdag 13 april 2017 | Markus 14: 22-25

templemenorahIk schrijf dit op maandagavond 10 april. Buiten staat er een prachtige volle maan. Op de Joodse maankalender is het 14 Nisan, de avond die anders is dan alle andere avonden. Het is immers de Seideravond. De maaltijd wordt gehouden, waar herdacht wordt dat God zijn volk Israël met krachtige arm uit Egypte verloste.
Ook Jezus vierde deze maaltijd met zijn discipelen. Toen, tijdens de maaltijd waarover het evangelie vertelt, was dat op een donderdag. Maar omdat de maankalender beweeglijk is ten opzichte van de zonnekalender zou Hij het, wanneer Hij nu op aarde had geleefd, deze maandagavond gevierd hebben. Met dezelfde volle maan boven Jeruzalem. De maan, die een zo voelbare verbinding aanbrengt tussen Jeruzalem en ons hier in Nieuwleusen. Een verbinding ook tussen toen en nu. Net zoals de maan vol was toen God zijn volk uit Egypte verloste, is zij nu opnieuw vol. Daarom voel ook ik nu een diepe verbinding, niet in het minst met de bovenzaal in Jeruzalem, waar Jezus toen deze maaltijd vierde met de zijnen, zoals Hij dat ieder jaar gewoon was te doen.
In de kerk, die de zonnekalender volgt, wordt deze maaltijd altijd op de donderdag herdacht: de Witte Donderdag. Maar omdat deze (letterlijk) ”maan”dag mij zo dichtbij het ”toen in Jeruzalem” brengt (alsmede bij heel het volk Israël, dat dit Godswonder van de bevrijding als basis onder haar bestaan gedenkt en viert), vier en voel ik het in mijn hart nu ook een beetje mee en vind ik het een toepasselijk moment om de preek van Witte Donderdag al een beetje voor te bereiden.

Ik wil me concentreren op de verzen 22-25, hier te lezen.

Het volgende valt me daarin op:

  • kennelijk werd er ook tijdens (dus niet zozeer of enkel voor of na) de maaltijd gedankt. Want ”terwijl zij eten, zegent Christus een brood dat Hij neemt”. Blijkbaar mag er tijdens ieder moment van de maaltijd gedankt worden. Bij wijze van spreken voor iedere hap waarvan diep genoten wordt.

 

  • wat dan volgt vind ik het allermooiste (en daar moet het over gaan in mijn preek): ”Jezus geeft het hun en zegt: neemt dit aan, dit is mijn lichaam!
    Wat een ongelooflijk kostbaar geschenk wordt hier gegeven…
    Wat een liefde; een liefde die er op aandringt dat het geschenk aangenomen wordt.
    Normaliter hebben mensen nog wel eens de neiging een geschenk dat buiten alle proporties is te weigeren of er iets tegenover te willen zetten. Maar daar wil Jezus hier niets van weten. Wat Hij geeft is inderdaad onbetaalbaar. Maar Hij vraagt er niets voor, Hij wil het veel te graag delen.
    ”Hier, neem het aan!”

 

  • Vervolgens lees je níet, valt me nu voor het eerst op, dat ze ook daadwerkelijk aten. Was dit brood té beladen, té kostbaar?
    Een gevoel dat wij ook wel eens kunnen hebben rond het Avondmaal. Hij zo zuiver, zo vol liefde; hoe verhoudt zich dat tot onszelf? Kun en mag je dat zomaar aannemen? Mag je er wel aan meedoen?
    Het is in veel kerken altijd opvallend dat het met Avondmaal rustiger is dan bij een doorsnee dienst. Zou het met bovenstaande vragen te maken kunnen hebben?
    Misschien lijken we wel een beetje op de discipelen…

 

  • Boeiend is om te zien wat er vervolgens gebeurt. Jezus neemt een drinkbeker, dankt opnieuw, en geeft hem aan hen.
    Ditmaal zonder toelichting. Deze wijn is blijkbaar ‘onbeladen’.
    En nu drinken ze dus wél! Markus noemt het nadrukkelijk:
    ”Zij drinken allen daaruit”
    Maar wat zegt Jezus daarop volgend? Iets wat minstens zo diep steekt als de woorden bij het brood!
    ”Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen vergoten wordt.”

    Nu ‘heeft’ Hij ze!
    Het brood aten ze niet.
    Dat paste niet, voor hun gevoel.
    Maar de wijn hebben ze tot zich genomen.
    En die bleek min of meer hetzelfde te betekenen!

    Ik vind het prachtig om te zien hoe Jezus zo doorzet.
    Ook als de mens weigert, gaat Hij voort.
    Hij wíl zichzelf uitdelen.
    Ook aan ons!

    ”Hier, Ik geef mezelf aan jou.
    Ik offer mijzelf voor jou op.
    Aarzel je?
    Ik begrijp je, het is een onbetaalbaar geschenk.
    Maar ik zal je weten te ”krijgen”;
    of beter: Ik zal ervoor zorgen dat je Mij krijgt!”

    En Hij rust niet, voordat wij Hem hebben ontvangen.
    Misschien aanvankelijk wel onherkend.
    Tot wij ontdekken…: dat Hij allang bij ons was.
    En dat dat eigenlijk best heel goed is!

    Ja, hierover gaan we het hebben op de Witte Donderdag!

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s