Zondag 21 september 2014 Genesis 11:27-12:9

Zondag beginnen we met een serie schriftlezingen uit Genesis, en wij ”vallen” in het verhaal van de roeping van Abram.
Om dit verhaal goed te begrijpen is het goed iets van de achtergrond te weten.

Dit verhaal volgt op het verhaal van de toren van Babel. Daar troffen we een mensheid aan die ”naam” wilde maken. Een hemelhoge toren moest hier het symbool van worden.
God echter maakte hier een eind aan, en verstrooide deze cultuur.
Het humoristische hierbij is, dat geen van de Babelmensen een naam draagt: het is een naamloos, anoniem collectief, er is zelfs niet één naam bewaard.

Direkt daarna lezen we het geslachtsregister van Sem (Noachs zoon).
En jawel: ”Sem” betekent: ”naam”!
Direkt daarna wemelt het van de namen:
een lijst die uitmondt bij Abram (Genesis 11:26).

Wanneer enkele verzen later Gods belofte aan Abram klinkt, staat er:

“Ik zal uw naam groot maken”! (Genesis 12:2)

Kortom, het verhaal van de roeping van Abram heeft als achtergrond het verhaal van Babel.
Letterlijk staat er ook, als God Abram roept:

”Ga voor jezelf!” (Genesis 12:1)

Ofwel: stap naar voren uit het naamloze, anonieme en grijze collectief, en word de mens die je mag zijn.
Een mens met een naam (identiteit).
Een mens bovendien die aan het begin zal staan van een totaal nieuw begin, een hoopvol begin voor heel de aarde:

”In jou zullen alle volkeren der aarde gezegend worden.” (Genesis 12:3)

En ook klinkt het: ”Ik zal jou maken tot een groot volk” (Genesis 12:2)

Let wel: dit alles wordt gezegd tegen de reeds geschetste achtergrond van Saraï’s onvruchtbaarheid.

Het leek een irreële oproep.
Maar…Abram ging, vertrouwde!

Hij wordt niet voor niets de vader van alle gelovigen genoemd.
Want dat is geloven: gaan voor iets wat je (nog) niet ziet.
Vertrouwend: niet op een machtige samenleving met een hoge toren,
maar op de Stem van deze God, die een belofte doet
en ons daar aktief bij wil betrekken.

Geloven, het heeft te maken met:

-horen
-vertrouwen
-loslaten
-lev
-gaan
-toeleven naar
-je leven in dienst stellen van
– … (vul maar aan!)

Genesis 11:27-12:9

En dit zijn de geboorten uit Terach:
Terach heeft Abram doen baren
en Nachor en Haran;
Haran heeft Lot doen baren.

28

Haran sterft
voor het aanschijn van zijn vader Terach,-
in het land van zijn geboortetent,
in het Oer Kasdiem.

29

Abram en Nachor nemen zich vrouwen;
de naam van Abrams vrouw is Sarai
en de naam van Nachors vrouw is Milka,
een dochter van Haran,
die vader van Milka
en vader van Jiska is geweest.

30

Maar Sarai blijkt onvruchtbaar:
uit haar geen geboorte.

31

Terach neemt Abram, zijn zoon, mee
met Lot, de zoon van Haran,
dus een kleinzoon van hem,
en Sarai, zijn schoondochter,
de vrouw van zijn zoon Abram;
en zij trekken met elkaar weg
uit het Oer Kasdiem

om te gaan naar het land van Kanaän;
ze komen tot Charan en blijven daar.

32

De dagen van Terach worden
vijf jaren en een dubbelhonderd jaar;
dan sterft Terach, in Charan.
••

Dan zegt de Ene tot Abram:
ga, jij, weg uit je land,
uit je geboortetent en
uit het huis van je vader,-

naar het land dat ik je zal doen zien;

2

ik zal je maken tot een groot volk,
ik zal je zegenen,

ik zal groot maken jóuw naam;
word een zegen!-

3

ik zal zegenen wie jou zegenen
en wie jou verwenst zal ik vervloeken;
door jou zullen gezegend zijn
alle families op de bloedrode grond!

4

Dan gáát Abram,
zoals tot hem gesproken heeft de Ene,
en met hem mee gaat Lot.
Abram is een
man van vijf jaren en zeventig jaar
bij zijn uittocht uit Charan.

5

Méé neemt Abram: zijn vrouw Sarai
en Lot,

de zoon van zijn broer,
al hun verwerf dat ze hebben verworven en
alle levende ziel
die ze zich eigen hebben gemaakt

in Charan;
ze trekken weg
om te gaan naar het land van Kanaän
en ze kómen in het land van Kanaän.

6

Abram doorkruist het land
tot aan het oord van Sjechem,
tot aan de godseik van Moree;
de Kanaäniet is dan in het land.

7

Maar de Ene laat zich aan Abram zien
en zegt:
aan jouw zaad
zal ik dit land geven!
Dan bouwt hij daar een altaar
voor de Ene,
die zich aan hem heeft laten zien.

8

Hij trekt vandaar verder, op het gebergte aan
ten oosten van Bet El,- huis van God,
en spant zijn tent,-

met Bet El aan de zeezij
en Ai in het oosten;
hij bouwt daar een altaar voor de Ene
en roept de Ene aan bij zijn naam.

9

Abram breekt op,
voortgaande en opbrekend op de Negev aan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s