Zondag 5 augustus 2012 Markus 7: 1-23

Kan voor ritueel handen wassen

Voor de helderheid
Het verhaal dat we deze week lezen, gaat over reinheid en onreinheid.
Wanneer ben je rein of onrein?
Het is geen gemakkelijk verhaal. Daarom hier eerst wat uitleg.

In het Jodendom was en is reinheid erg belangrijk.
Alleen wie rein is, kan meedoen aan de eredienst.
Onrein kon je worden, door bijvoorbeeld onrein voedsel te eten.
Dit moest voorkomen zien te worden.
Hiervoor staan allerlei heldere wetten en richtlijnen  in het Oude Testament.

In het Bijbelgedeelte vinden Farizeeën het niet goed dat de leerlingen van Jezus met ongewassen handen eten.
De achtergrond van dit verwijt is hun zorg om wat rein is rein te laten blijven.
Immers, je kon wel rein voedsel hebben, maar als iemand onrein was (welke reden maakt even niet uit)
en hij zou het reine voedsel aanraken, dan werd dat daarmee onrein.
Daarom pleitte men ervoor de handen te wassen., om er zo zeker van te zijn zelf gereinigd het voedsel aan te raken.
Op zich een goede gewoonte, waar niets mis mee is: voorkomen is immers beter dan genezen.
(ook in het hedendaagse Jodendom worden de handen voor de maaltijd ritueel gewassen, met kannetjes met 2 oren als het bovenstaande, om zo onder stromend water met de linker- en rechterhand gemakkelijk het kannetje over te pakken, en het water uit de stromende kraan uit het kannetje over de handen te gieten).

Jezus reageert erg kritisch op de vraag van de Farizeeën, waarom zijn discipelen met ongewassen handen eten.
Hij zegt niet, dat het handen wassen verkeerd is, al noemt Hij het wel een menselijke instelling.
Maar zijn punt ligt erin dat men de menselijke instelling belangrijker is gaan vinden dan het gebod van God:

”Terwijl jullie overleveringen van mensen vasthouden, laat je het gebod van God los!” (vers 8).

En dan geeft Hij een voorbeeld. (vers 10 e.v.)
In die tijd was nl. ook bepaald dat je een gelofte (in de bijbel ook wel korban of offergave genoemd) kon doen aan God,
bijvoorbeeld dat je je geld voor Hem apart zette.
Dan mocht het niet meer voor andere doelen gebruikt worden, het was afgezonderd voor God.
Maar werden dan de ouders oud en behoeftig, dan kon dat geld ook niet meer voor hen gebruikt worden.
Jezus vindt dit ook weer zo’n menselijke instelling (het doen van een gelofte over je geld), die boven het gebod van God (Eert uw vader en uw moeder) is komen te staan.

(Overigens is Hij daarin door het latere Jodendom bijgevallen. Zo stelt de Talmoed, hét belangrijkste Joodse geschrift naast de Bijbel, dat ontwikkeld is ná Christus, onomwonden: een Bijbels gebod weegt zwaarder dan de rabbijnse traditie”.)

Als Jezus dit gezegd heeft, geeft Hij een gelijkenis.
Hierin gaat het over rein voedsel (niet over ónrein, zoals wel eens gesuggereerd is).
Het gaat over het volgende (de vraag van de Farizeeën): kan voedsel dat onrein geworden is door de aanraking van onreine handen de mens onrein maken?
Jezus zegt (Vers 15): zulke dingen kunnen de mens niet verontreinigen.
Maar wat uit de mens uitgaat, verontreinigt hem.

Even verderop (vers 18) legt Hij deze gelijkenis uit:
kosher (rein) voedsel dat door onreine handen is aangeraakt, verontreinigt de mens niet, omdat het:

a. niet bij het hart van de mens komt
b. weer wordt afgevoerd door het spijsverteringsstelsel, en de mens weer verlaat. De spijsvertering als een soort zuiveringsinstallatie.

Het grote probleem zit juist al ín de mens.
In het hart zit, volgens de Joodse leer, de goede aandrift én de kwade aandrift.
Wanneer de mens aan zijn kwade aandrift de ruimte geeft, en dit allemaal het hart úit kan komen, ontstaan de problemen.
Dan komen er: slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, enz.

Kortom, Jezus legt de bal terug bij de Farizeeën.
Ga niet zozeer met bijzaken in de weer, dat je de hoofdzaak vergeet.
In het hart van de mens schuilt het eigenlijke probleem.

Zo, dit was een heel verhaal, om hopelijk wat gerichter het Bijbelverhaal te lezen.
Lees, en doe weer mee, met al je vragen en gedachten bij dit stukje.

Mijn vraag bij de preekvoorbereiding is:

hoe zorg je ervoor dat de onreinheid in je hart niet de ruimte krijgt om negatief uit te werken?


Markus 7:1-23

1 Ook de farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op.
2 En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten zomaar met hun handen,
dat wil zeggen, met ongewassen handen
3 (de farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, 4 en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels),
5 toen vroegen de farizeeën en de schriftgeleerden hem:
‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’
6 Maar hij antwoordde:
‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u!
Er staat immers geschreven:

“Dit volk eert mij met de lippen,
maar hun hart is ver van mij;
7 tevergeefs vereren ze mij,
want ze onderwijzen hun eigen leer,
voorschriften van mensen.”
8 De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’
9 En hij vervolgde:
‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden!
10 Heeft Mozes niet gezegd:
“Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”,
en ook:
“Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”?
11 Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen:
“Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban”’ (wat ‘offergave’ betekent),
12 ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen,
13 en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’14 Nadat hij de menigte weer bij zich had geroepen, zei hij:
‘Luister allemaal naar mij en kom tot inzicht.
15 Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken,
het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’

17 Toen hij een huis was binnengegaan, weg van de menigte,
vroegen zijn leerlingen hem om uitleg over deze uitspraak.
18 Hij zei tegen hen:
‘Begrijpen ook jullie het dan nog niet?
Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken
19 omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt
en in de afvoer, die alle spijzen reinigt, weer verdwijnt?’20 Hij zei:
‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein.
21 Want van binnenuit,
uit het hart van de mensen,
komen
slechte gedachten,
ontucht,
diefstal,
moord,
22 overspel,
hebzucht,
kwaadaardigheid,
bedrog,
losbandigheid,
afgunst,
laster,
hoogmoed,

dwaasheid;
23 al deze slechte dingen komen van binnenuit,
en die maken de mens onrein.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s