1e zondag Veertigdagentijd 21 februari 2021 | Genesis 9:8-17 Marcus 1:12-15 en 1 Petrus 3:18-22

Eerste zondag van de Veertigdagentijd, 21 februari 2021
Genesis 9:8-17
Marcus 1:12-15
1 Petrus 3:18-22

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Een nieuw begin – daar hunkeren we naar. Konden we corona maar achter ons laten.
De crisis weer uit. Wat zouden we dat graag willen.

Een nieuw begin – met die woorden kun je ook de schriftlezingen van deze zondag samenvatten.
Want ook vroeger was er een crisis – onvoorstelbaar groot: de zondvloed.
Maar die crisis was tot een einde gekomen. Het water dat zo lang de aarde in z’n greep had gehad, was weer gezakt. Daar hopen ook wij op, dat het virus een keer z’n greep zal verliezen op het leven op aarde.
Toen ging de crisis voorbij: het water zakte, en de aarde viel droog. Noach kon weer naar buiten. De lockdown in de ark was voorbij.
Een nieuw begin!

Dit nieuwe begin werd door God bekrachtigd. Hij sloot zijn verbond met Noach en alle mensen. En ook met de dieren.
Hij zei: zo’n ramp zal de aarde niet meer treffen.
Als teken gaf Hij de regenboog.
Laten we daar ook nu maar goed naar kijken, juist in onze crisis: God is trouw. Hij laat niet toe dat de aarde vergaat. Hij houdt vast. Hij houdt óns vast.
Na de zondvloed kwam een nieuw begin.
Een begin mét God.

We gaan naar het Marcusevangelie.
Ook daar een nieuw begin.
Ook daar nadat er door het water gegaan is.
Jezus is gedoopt: hij ging onder en kwam weer boven.
En Hij ging preken: Er is een nieuwe tijd gekomen: De tijd is vervuld, het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Geloof dit evangelie en keer je om naar God!

Blijkbaar betekende die doop van Jezus iets heel bijzonders: sindsdien is er een nieuwe tijd begonnen.
Die doop van Jezus had sterk iets in zich van: volledige toewijding aan God.
Hij liet zien: Ik wil me helemaal laten opnemen in het leven met God. In de liefde van God.
En Ik wil die liefde van God ook helemaal doorgeven aan de mensen.
Zelfs als Ik daarvoor kopje onder moet gaan.

In die zin past ook de beproeving die Jezus in de woestijn onderging, hier heel goed bij.
Marcus vertelt niet (zoals de andere evangelisten dat wél doen) hóe die beproeving precies verliep. Dat vindt hij niet zo belangrijk. Voor Marcus is belangrijk dát Jezus beproefd werd.
Daar zit denk ik inderdaad veel in.
Want ook wij herkennen ons wel in het woordje beproeving. Velen ervaren deze tijd ook zo, als een beproeving.
Wat vraagt deze tijd veel van velen. De laatste tijd wordt steeds meer duidelijk hoe zwaar het al tijdenlang is voor ondernemers bijvoorbeeld. En het einde lijkt nog niet in zicht.
Of voor jongeren. Nu het leven ineens zo anders is geworden, vol beperkingen.
Ook anderen kunnen deze tijd wellicht als een beproeving ervaren.
Beproeving – het betekent dat je veel moet nalaten, achterwege laten, wat je het liefst wél had gedaan.
Ook Jezus moest veel nalaten. Wat heeft Hij dat veel gedaan.
Wat kan Hij ook mensen begrijpen die nu, uit solidariteit met de samenleving, veel achterwege moeten laten.

Tegelijk ging Jezus heel erg ver in het dragen van zijn beproevingen. Dat zit ook al een beetje in zijn doop: het kopje onder gaan.
Daar staan we bij stil, deze veertigdagentijd: dat Hij bereid was om zijn leven los te laten. Om zich tot in de dood als een offer te geven.
Tot verzoening van onze zonden. En tot overwinning van de dood, ons ten leven.

Daarover schrijft Petrus in zijn eerste brief.
Dat is een heel bijzonder stukje dat we daar lazen.
Het gaat ook daar over water. Over de zondvloed en de ark.
En ook hier gaat het over een nieuw begin.
Petrus heeft het over de dood van Jezus.

Wat gebeurde er precies toen Jezus stierf?
Petrus zegt: Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen.

Dus: toen Jezus gestorven was, was Hij in de wereld van de doden, om daar te prediken. Aan hen die ten tijde van Noach ongehoorzaam waren.
Bedoelt Petrus hier dat Jezus de mensen opzocht die bij de zondvloed gestorven waren? Het lijkt er wel op.

Dit is ook een tekst die helemaal bij de Apostolische Geloofsbelijdenis hoort.
Daar horen we altijd zeggen:

’Jezus is gekruisigd, gestorven en begraven. En… nedergedaald ter helle.’’

En dat laatste zinnetje: ‘’nedergedaald ter helle’’, daarover gaat het hier.
Men heeft dat onder andere aan deze tekst uit de Petrusbrief ontleend.
En aan een paar verzen verderop (1 Petrus 4:6) waar staat:
‘’Ook aan de doden is het evangelie verkondigd, opdat ook zij (…) bij God in de geest kunnen leven.’’

Dat Jezus nedergedaald is ter helle, betekent dus niet dat Hij daar ook nog eens een straf moest ondergaan. Alles was aan het kruis immers volbracht?
Nee, juist omdát aan het kruis alles volbracht was, kon Jezus, toen Hij was gestorven, naar die gevangenis gaan, om daar het goede nieuws te brengen, zelfs voor die gevangenen daar. Opdat zij bij God in de geest kunnen leven, zegt Petrus even later. Mogen we misschien vermoeden dat die generatie uit Noachs tijd hier nu toch, alsnog het leven weer terugkrijgt? En dat de straf in de hel niet voor altijd is?[i]
We kunnen hier natuurlijk het laatste woord niet over spreken en dat hoeven we ook niet te doen; we laten deze hoopvolle vraag daarom maar open staan.

In ieder geval laat Jezus aan die gevangenen in de dodenwereld merken dat er een nieuwe tijd is begonnen met zijn offer aan het kruis. Een tijd die hoop biedt!

Zo schrijft Petrus over Jezus.
En hij zegt vervolgens over de doop (waarmee de gemeenteleden gedoopt zijn):
die doop is een vraag aan God om een zuiver geweten.
Hij bedoelt daarmee: die doop zoekt ernaar dat je je in je geweten (wat je goed en niet goed vindt) door Gód laat bepalen.
Dat je daar steeds meer naar zoekt.
Een nieuw begin in onze mensenlevens juist op dit vlak, de vraag:
Hoe wil ik leven?
Vanouds is de veertigdagentijd een belangrijke tijd van bezinning over zulke vragen.
Een nieuw begin – hoe wil ik leven?
Hoe mág ik nieuw leven?
Ook al is het crisis, en zijn we veel bezig met vragen over hoe het in onze samenleving verder moet.
Of je kijkt naar je eigen leven, wat daar soms allemaal kan spelen.

Eén ding staat als een paal boven water: Jezus is voor ons gestorven en opgestaan.
Hij ging ten onder in het water en kwam er uit op.
Hij onderging de beproeving ten volle, en droeg alles.

Vanuit dat hoopvolle besef, dat er een nieuw begin is begonnen,
dat, zoals Jezus zegt, het Koninkrijk van God nabij is! – vanuit dat besef mogen we op Pasen aan gaan leven. Veertig dagen lang.

Vroeger was de veertigdagentijd voor veel mensen ook een tijd van veertig dagen lang toeleven naar de doop, die in de Paasnacht geschiedde.
Een meegenomen worden in de dood en opstanding van Jezus.
Zulke beelden en gedachten heeft Petrus hier in gedachten, als hij de eerste gemeenten aanschrijft.
Maar ook wij, 2000 later levend na dit nieuwe begin, wij mogen net zo goed ons aangesproken weten.
Jezus heeft ook voor ons alles gedaan. Het nieuwe begin gemaakt.
En ook wij mogen ons geweten, onze levensrichting, laten vernieuwen.
In coronatijd, en ook als die hopelijk weer eens voorbij is.

Want Hij is dezelfde. De God van het verbond. Van de regenboog.
De Vader van onze Heer en Heiland, die trouw was tot in de dood en levenden en doden het goede nieuws verkondigde.
Laten ook wij leven uit dit nieuwe begin!

Amen.


[i] Het lijkt er wel op inderdaad. We weten ook uit het Oude Testament dat een ‘’eeuwige straf’’ niet ook altijd een altijddurende straf hoeft te betekenen. Toen Israël met een ‘’eeuwige straf’’ gestraft werd en naar Babel moest, duurde die eeuwige straf geen oneindige tijdsperiode, maar zeventig jaar. Er kwam een einde aan. Eeuwig kan immers ook betekenen iets als: ‘’zeer intens’’.

One thought on “1e zondag Veertigdagentijd 21 februari 2021 | Genesis 9:8-17 Marcus 1:12-15 en 1 Petrus 3:18-22

  1. Eigenlijk is Jezus drie keer aan de dood ontsnapt:
    1.Hij ging kopje onder in het water. Wij denken hier vaak alleen aan het water van de doop, maar water is naast levengevend, ook een geweldige natuurkracht die levensbedreigend kan zijn.
    2. Hij was in de woestijn. Een gevaarlijke omgeving met een brandende hitte overdag en zeer koude nachten. Een verblijf daar kan zomaar je dood betekenen.
    3. Hij belandde in het graf. Maar ook de dood had geen macht over Hem.
    In de geloofsbelijdenis staat dat Hij ten derde dage wederom opgestaan is. Het was de derde dag na Zijn dood, maar mogen we hier ook niet terug denken aan die twee andere ontsnappingen aan de dood?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s