Zondag 16 september 2012 Markus 9: 14-29

Wat mij opviel
Jezus bevrijdt een jongen van een boze geest.
Wat mij opviel is dit:
dat die jongen voor dood bleef liggen.
Was hij echt dood, of leek het zo?
De tekst laat het in het midden
.
Maar waar het om gaat is dat Jezus hem bij de hand vastgrijpt
en hem opwekt.

Ik denk dat dit verhaal wil leren aan ieder mens die vastzit
in negatieve krachten sterker dan hemzelf:
als je er van losgemaakt wordt
kan het lijken alsof het je alles kost
afkicken van een verslaving bijvoorbeeld kan gepaard gaan met alles behalve positieve gevoelens
het lijkt verkeerd af te lopen
mensen voelen zich doodziek.

Zo lijkt het met deze jongen ook mis te gaan.
Hij wordt als een dode, en de mensen geven hem op:
”hij is gestorven”.

Maar dán komt Jezus,
en brengt het nieuwe begin!

Kortom, een verhaal voor ieder die aanmoediging kan gebruiken
in de strijd tegen het kwaad
als die hard en uitzichtsloos lijkt.

Er is nog veel meer te zeggen over dit verhaal, maar dat deel ik hieronder.
Hier komt eerst het verhaal.

Markus 9: 14-29
14 Toen ze terugkwamen
bij de andere leerlingen,
zagen ze
een grote menigte om hen heen staan.
Er waren ook schriftgeleerden bij,
die met hen aan het discussiëren waren.
15 De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen,
en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten.
16 Hij vroeg hun:
‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’
17 Iemand uit de menigte antwoordde:
‘Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht
omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten;
18 steeds wanneer de geest hem overweldigt,
gooit die hem op de grond,
en dan komt het schuim hem op de mond te staan,
hij knarst met zijn tanden
en wordt helemaal stijf.
Ik zei tegen uw leerlingen
dat ze hem moesten uitdrijven,
maar dat konden ze niet.’
19 Hij zei tegen hen:
‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk,
hoe lang moet ik nog bij jullie blijven?
Hoe lang moet ik jullie verdragen?
Breng hem bij me.’
20 Ze brachten de jongen bij hem.
Toen de geest hem zag,
deed hij de jongen meteen stuiptrekken,
en met het schuim op de lippen
viel hij op de grond
en rolde heen en weer.
21 Jezus vroeg aan zijn vader:
‘Hoe lang heeft hij hier al last van?’
Hij antwoordde:
‘Al vanaf zijn vroegste jeugd,
22 en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid
en in het water met de bedoeling hem te doden;
maar als u iets kunt doen,
heb dan medelijden met ons
en help ons.’
23 Toen zei Jezus tegen hem:
‘Of ik iets kan doen?
Alles is mogelijk voor wie gelooft.’
24 Meteen riep de vader van het kind uit:
‘Ik geloof!
Kom mijn ongeloof te hulp.’
25 Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde,
sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei:
‘Geest die doof en stom maakt,
ik gebied je:
ga uit hem weg
en keer niet meer in hem terug.’
26 Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen
ging hij uit hem weg;
de jongen bleef voor dood achter,
zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven.
27 Maar Jezus pakte hem bij de hand
en wekt hem op
en hij stond op.
28 Hij ging een huis in,
en toen ze weer alleen waren,
vroegen zijn leerlingen hem:
‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
29 Hij antwoordde:
‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’

Wat verder opvalt
Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes zijn op de berg geweest.
Daar spraken Mozes en Elia, uit de hemel afgedaald, met Jezus.
Jezus begint helemaal te stralen.
Dit verhaal doet denken aan het verhaal van Mozes op de Sinai.
Die was daar ook een tijd lang, bij een open hemel, en begon ook te stralen.
De mensen beneden dachten intussen dat hij dood was
en rekenden niet meer op zijn terugkomst.
Ze maakten het gouden kalf.

In vers 15 lezen we dat de mensen kennelijk ook niet meer zo op Jezus rekenden.
Ze waren verbaasd dat ze Hem weer zagen.

Aan de andere kant: toen Jezus weg was,
waren ze nog wel met Hem bezig.
In de ogen van die vader vertegenwoordigden de leerlingen Jezus wel degelijk:
het is heel opvallend dat die vader zegt: ”ik heb mijn zoon bij U gebracht” (vers 17),
en dat terwijl Jezus er toen helemaal niet was (maar op de berg toefde).
Kennelijk zien mensen in volgelingen van Jezus iets van Hem zelf.

Fascinerende vraag: zou er ook in onze tijd zo naar gelovigen of de kerk gekeken worden?
Jezus is er dan wel niet, maar toch zijn zijn volgelingen een soort ambassadeurs.

Ze bakken er hier alleen niet zoveel van.
Jezus zinkt de moed in de schoenen.
Verdriet. Teleurstelling. Boosheid.

”Wat zijn jullie toch een ongelovig volk.
Hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven?”

Er zit een geweldige lading in deze woorden.
En dan het korte: breng hem hier.

En die geest die aan zijn water aanvoelt dat hij hier met zijn Overwinnaar van doen heeft,
probeert nog één keer de jongen kapot te maken.
Het lukt hem zo goed als:
hij laat de jongen stuiptrekken
tot hij stil blijft liggen.
De mensen zeggen: ”Hij is gestorven.”
Maar dan is Jezus er, en wekt hem op.
Hij heeft het laatste woord over een mensenleven dat vast zit.
Wat troostvol!

Dit verhaal heeft voor mij hierbij dus ook iets van:
Jezus die afwezig lijkt, en zijn volgelingen die er niet zo veel meer van lijken te bakken –
onverwacht keert Hij terug als overwinnaar
en brengt het leven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s