Zondag 11 juni 2023 (1e van Trin.) | Jesaja 57: 14-21 en Matteüs 9:9-13

Komende zondag lezen we uit Jesaja 57 (vers 14-21) en Matteüs 9 (vers 9-13).

Een paar gedachten op weg naar komende zondag:

  • De verbinding tussen beide teksten zit hem naar mijn idee in de grote vergevingsgezindheid van God. Tot uitdrukking komend in zijn wil de mens te genezen – van zijn kwade neigingen. (Jes.57:18, Mt.9:12)
    Vooral in Jesaja wordt indrukwekkend uiteengezet hoe groot Gods hekel aan de zonde is, maar tegelijk hoe groot zijn liefde is voor de zo voor zonde en dood vatbare mens, door alles heen. In vers 16 hoor je sterk doorklinken: Psalm 103: 9,10,14.
  • Waarván moet de mens worden genezen?
    Van de neiging tot winstbejag (Jes.57:17 – Mt.9: de op winst beluste tollenaar Matteüs)
  • Die neiging tot winstbejag maakt dat de mens nooit vrede vindt. Jesaja gebruikt het beeld van de opgezweepte, nooit rust vindende zee (57:20). Dan heb je geen vrede (57:21)! Je wil altijd maar méér, méér…
    Maar… er is dubbel (!) ”vrede, vrede” bij God (57:19)!
  • Hoe vind je die vrede? Ik moest denken aan deze gedachte uit het Jodendom:
    op grond van Psalm 24:1 (waar staat: ”De aarde en haar volheid zijn van Gód”) is gezegd:
    ”Wie zonder zegening (dankgebed, red.) de gaven Gods tot zich neemt, pleegt jegens de Heer aller dingen diefstal.”
    Positief geformuleerd: ”dankt God in alles.” Erken hem als Eigenaar en Gever.
    Zoals men in diverse Joodse kringen ook letterlijk doet (wie de film Shtisl kent, ziet dat), tot aan het drinken van een glas water toe, danken voor de Schepper die jou het water schenkt.
    Als je zo leeft vanuit bewuste dankbaarheid, voorkomt dat dat je, jezelf als eigenaar of rechthebbend op veel/alles beschouwend, meer en meer wilt hebben (het winstbejag), als ultiem levensdoel.
    Ook ons bidden en danken voor het eten komt daar vandaan. En hoort die plek te behouden, ook in het openbaar!
  • Van hieruit dacht ik (over het ‘genezen’ waar zowel Jesaja als Matteüs over spreken): is het toeval dat de Here Jezus in het huis van tollenaar Matteüs deelneemt aan de mááltijd? Dat is de plaats bij uitstek waar de zegeningen/dankbaarheid jegens God klinken.
    De Here Jezus zal die zegeningen ongetwijfeld hebben uitgesproken jegens de hemelse Vader.
    Was Jezus op díe manier bezig Matteüs te genezen van zijn winstbejag als tollenaar?
    Zou zomaar kunnen!
    Dankbaarheid kun je leren en oefenen, door het te doen. Door (hardop, of zacht) te benoemen wat je allemaal hebt gekregen van de grote Eigenaar, kweek je innerlijk steeds meer ruimte/aandacht hiervoor, en gaat het goede een grotere plek in je hart en ziel innemen.
    Al etend en dankend leerde Jezus aan Matteüs dat je genoeg hebt aan wat God je geeft. En niet aan alles wat je als een opgezweepte zee najaagt als tollenaar, of mens van de 21e eeuw, opgezweept door de reclame of wat ook maar.
  • Tegelijk hoort bij dat aanliggen van Jezus aan de maaltijd natuurlijk ook de aanváárding van Matteüs. Matteüs voelde: Jezus wil bij mij horen. Dat zat ook al in die heerlijke oproep tot navolging (vers 9): ”Volg mij!”. Matteus moet toen vol verwondering en dankbaarheid gedacht hebben: ”ik mag -ondanks alles- zijn leerling worden en bij Hem horen!”.
  • Dat Jezus daar aanlag bij Matteüs, werkte ook als een magneet op anderen:
    En het gebeurde, toen Hij in het huis van Matteüs aanlag, zie!! Véél tollenaars en zondaars kwamen en lagen met Jezus en zijn discipelen aan.” (vers 10)
    Zo van: ‘als Hij met Matteüs te maken wil hebben, dan durf ik ook wel te komen en te geloven dat Hij mij ook niet afwijst.’ Wat een prachtige ontwikkeling! Misschien ook wel herkenbaar voor jezelf?
  • De Farizeeën daarentegen hielden afstand en vroegen waarom Jezus at met tollenaars en zondaars.
    Mogelijk vroegen ze dit uit vrees dat Jezus Zich zou verontreinigen door het contact met ”niet zulke kosjere mensen”? Hielden ze daarom ook zelf afstand?
    Uit beduchtheid straks anders, ritueel onrein geworden, niet deel te kunnen nemen aan de offerdienst in de tempel?
    Als dat zo was, dan stelden zij het zelf in contact komen met God via de offers hóger dan ánderen de kans te geven via hen met God in contact te komen (zoals Jezus deed door de tollenaars nabij te zijn).
  • Daar gaat Jezus tegenin. Hij zegt (Hosea 6:6): ”Ik wil barmhartigheid en geen offer”. Hij nodigt de Farizeeën uit te overwegen wat dát betekent. Zo wil Hij ook hen erbij betrekken, vanuit deze tekst:
    God ziet liever barmhartigheid (die desnoods bereid is zelf krassen/vuile handen op te lopen) om/door zich over anderen te ontfermen/hen nabij te zijn, dan een leven vanuit vermeende onberispelijkheid (een keurig offer) dat alleen maar afstotend werkt op anderen of hen buitensluit.
    Jezus was bereid om vuile handen te maken, zich te associëren met tollenaars en zondaars, en hen zó bij God te brengen.
    Daarmee werd Hij inderdaad onrein. Zoals ook elders is gesteld: Al onze zonden nam Hij op Zich. En droeg ze weg, als een verstoteling.
    Als we ook dát beseffen, dat Hij ons mensen ook dát (de genade bij uitstek) heeft gegeven (en wat Hem dat heeft gekost), mag dat ook doorklinken in onze zegeningen van God.
    Zoals bijv. Psalm 103:1

    Zegen mijn ziel, de grote naam des HEREN,
    laat al wat binnen in mij is Hem eren,
    vergeet niet hoe zijn liefd’ u heeft geleid,
    gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven,
    die u geneest, die uit het graf uw leven
    verlost en kroont met goedertierenheid
    .

    Matteüs zal die psalm vast en zeker beaamd hebben.

    Bij de maaltijd gebeurde de genezing.
    In het danken van God wordt een mens genezen van winstbejag.
    En over twee weken vieren wij het heilig Avondmaal.
    In het Grieks ook wel ”eucharistie”, dankzegging genoemd!
    Dankbaar, voor Wie Christus ook voor ons (én de ander) wil zijn.
    Denk op weg daarheen aan deze geschiedenis.

    Dat het ook ons in onze tijd (die bol staat van het winstbejag) hiervan mag genezen en ons zo mag heiligen, toewijden aan Christus.
    Net zoals Matteüs een volgeling (en zelfs evangelist) van Jezus werd.

    1)
    In de tekst (Jes.57:17) wordt winstbejag in verband gebracht met ongerechtigheid (”Ik was zeer toornig over de ongerechtigheid van hun winstbejag”).
    Wanneer iemand winstbejag hoog in het vaandel heeft, is het vaak met andermans rechten minder gesteld. De tekst uit Exodus 28:21 legt ook dit verband. Als Mozes rechters moet aanstellen, dan moeten dat ”mannen zijn die godvrezend zijn, betrouwbaar, en die een afkeer hebben van winstbejag”).
    Ook in de ordeningen van onze samenleving wordt dit grote risico onderkend: rechters moeten onafhankelijk recht kunnen spreken over de medemens, en politici en bestuurders dienen iedere schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Waar winstbejag echter de vrije hand krijgt, lag/ligt onrecht echter gemakkelijk op de loer. Denk aan het slavernijverleden, of hoe nog steeds de rechten van mens en dier op grote schaal geschonden kunnen worden (of kaalslag in de schepping plaats kan hebben), waarbij vaak winstbejag een belangrijke factor vormt, en de Schepper en de naaste uit het oog verloren zijn.

Plaats een reactie